‘Er is daarachter nog een hele schuur’

‘Daar kunnen we wel iets drinken’, mijn lief rijdt net iets voor mij en wijst naar iets recht voor zich.

‘Joe, is goed, maar laten we eerst nog even een stukje terug rijden. Ik zag daar een tafeltje buiten staan. Even kijken wat het is.’

We keren om en rijden een paar meter terug.

Voor een boerderij staat een tafeltje met oude spulletjes. Servies, een paar blikken, vaasjes en een jurkje dat wappert in de wind.

Terwijl ik naar twee bordjes kijk, hoor ik mijn lief zeggen: ‘Er is daarachter nog een hele schuur.’

‘O, ja?’, mompel ik, met mijn aandacht nog bij de bordjes.

‘Ja!’, zegt hij. ‘Maar er ligt ook een hond.’

‘Dan hoef ik er niet te kijken’, zeg ik, en ik denk aan de hond die onverwachts op ons afrende toen we een keer bij iemand het erf opliepen.

Het harde blaffen en de grote tanden van die herder ben ik nog niet vergeten.

‘Dit is  wel een lieve hond’, gaat mijn lief verder.

Met twee bordjes in mijn ene hand en mijn andere hand om mijn stuur loop ik naar hem toe en kijk om de hoek van de struiken.

Iets verder op het pad ligt een schaapshond met zijn kop op zijn poten.

Als hij ons ziet, gaat zijn kop omhoog en kijkt hij ons vriendelijk aan.

‘Wat een lieverd! Laten we toch maar even kijken’, zeg ik.

Aan het eind van het pad komen we bij een schuur vol met tweedehands spullen: nog meer servies, gebloemde dekschalen, kleding, tuinspullen, boeken, teveel om op te noemen eigenlijk.

Op mijn gemak kijk ik rond. Wat is er veel te zien!

Uiteindelijk ga ik met twee bordjes en een geel blikje de schuur uit.

Het geld mag in een houten doosje, staat er uitgelegd op een papier dat erbij ligt.

Als we met de fietsen langs de hond komen, ligt hij met zijn kop op zijn poten. Zijn ogen zijn dicht.

Aan het einde van het pad kijk ik nog een keer om. Verbeeld ik het me, of knipoogt hij echt naar me?

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

PS Ook een fan van tweedehands spullen? Deze loppis vind je in het dorpje Anderen in Drenthe.

Welke tijdschriften lees jij?

‘Snikken en Grimlachjes’

Ik roep het direct als iemand me ’s nachts wakker maakt en de naam ‘Piet Paaltjens’ noemt.

De titel van het boek van deze dichter is zo’n feitje dat mijn hoofd niet meer verlaat. Ooit geleerd tijdens mijn studie Nederlands en voor altijd in mijn hoofd verankerd.

Daarom lees ik graag in ‘Boekenpost‘ een tijdschrift over boeken, waarin veel aandacht is voor oude boeken, antiquariaten, maar ook stripboeken en illustraties.

Het lezen over deze dichter uit de negentiende eeuw roept een gevoel van herkenning én nostalgie op.

Ik zit weer in de universiteitsbibliotheek aan de Drift in Utrecht met als enige doel om een goede analyse van een tekst te maken, waarbij de lunch met studievriendinnen en een kaassoufflé het hoogtepunt van de dag is.

Ooit werd dit tijdschrift me aangeraden door een enthousiaste docent Nederlands, die in de bibliotheek van Ridderkerk met een groepje belangstellenden, waaronder ik, praatte over boeken die we hadden gelezen.

Hij vertelde  zulke sappige verhalen over antiquariaten, dat ik er graag meer over wilde lezen en een abonnement nam.

Ook ‘Livre‘ gaat over boeken, maar daarin gaat het juist meer over recente boeken. Een mooie aanvulling op de Boekenpost.

Toch ga ik mijn abonnement opzeggen, omdat ik het las voor meer achtergrondinformatie over schrijvers voor de boekenclub waar ik lid van was. Nu ik daar geen lid meer van ben, vind ik het magazine niet zoveel toevoegen aan de recensies of interviews die ik in de krant lees.

Voor mijn werk lees ik ook tijdschriften. Om als coach op de hoogte te blijven lees ik het Coachlinkmagazine. Ik lees op dit vakgebied nog andere tijdschriften, maar dit is mijn favoriet.

De afwisseling tussen persoonlijke verhalen, ‘welke boeken liggen er op jouw nachtkastje?’, en kennis van methodieken of werkwijzen, spreekt me aan.

Als docent geef ik taaltrainingen bij bedrijven. Daarvoor lees ik Les. Dit tijdschrift gaat over NT2 en taal in het onderwijs.

Les en ik hebben al een lange verbinding met elkaar: vanaf het moment dat ik in het taalonderwijs kwam, in 1991, lees ik het al.

Het is informatief en ook hierin geniet ik van de persoonlijke verhalen van docenten of deelnemers. Ik lees het vaak in de trein: het weegt niet veel en zo heb ik toch altijd iets te lezen bij me.

De Flow vond ik jaren geleden echt een ontdekking. Met onderwerpen waar ik graag over lees met daarbij toffe illustraties en foto’s en verhalen over hoe dit wordt gemaakt.

Jaren terug leerde ik via de Flow de Etsy shops kennen en las ik  meer over social media. Nu vind ik de onderwerpen niet meer zo vernieuwend, en mag er van mij meer aandacht besteed worden aan Nederlandse illustratoren.

Toch lees ik het nog graag. ‘De zinnetjes van Aaf’, lees ik altijd als eerste, omdat ze zo leuk over uitspraken schrijft.

Ik heb zelfs een heel uniek exemplaar van dit tijdschrift. Bij mijn afscheid van mijn werk in 2011 kreeg ik van mijn collega’s Karin’s Flow.

Een heel leuk aandenken, waar ik van tijd tot tijd nog eens in lees.

Op het Psychologie magazine heb ik geen abonnement, dat lees ik zo nu en dan. Meestal tijdens vakanties, dat past een beetje bij de traditie dat ik als kind een tijdschrift mocht uitkiezen voor de vakantie. Het verschil is alleen dat ik het nu mezelf cadeau doe.

Het wijkmagazine Hallo! Lunetten lees ik niet alleen, maar daar schrijf ik ook voor. Ieder kwartaal vul ik de rubriek ‘Hee, wat doe jij hier?’ Hiervoor interview ik mensen op straat in mijn wijk Lunetten. Ook de foto’s maak ik zelf. Gewoon met mijn telefoon.

Dat is leuk én spannend tegelijkertijd, omdat ik me iedere keer weer afvraag of het gaat lukken om mensen te vinden die willen meewerken.

Soms verbaast het me wat mensen allemaal vertellen in de korte gesprekken op straat. Het ontroert me dat ze het mij toevertrouwen.

Nu ik zelf schrijf voor een magazine, kijk ik met andere ogen naar de tijdschriften die ik lees. Hoeveel tijd zal het maken van dit artikel wel niet gekost hebben?, denk ik dan.

Dit blog schreef ik als antwoord op de vraag: ‘Welke tijdschriften lees jij en waarom?’, vraag 34 van #50books die dit jaar wordt gesteld door Martha Pelkman.

Zo’n dag

Zo’n dag waarop de zon schijnt als je wakker wordt.

Zo’n dag waarop je agenda leeg is.

Zo’n dag waarop je in alle rust ontbijt.

Zo’n dag waarop je nóg een kopje thee neemt.

Zo’n dag waarop je je nieuwe blauwe T-shirt met witte stippen aandoet.

Zo’n dag waarop je samen koffie drinkt.

Zo’n dag waarop je een ritje maakt in een bus, waarvan je de route niet kent.

Zo’n dag waarop je ansichtkaarten koopt.

Zo’n dag waarop je een fiets huurt.

Zo’n dag waarop je bloemen koopt.

Zo’n dag waarop je een croissantje bij de lunch hebt.

Zo’n dag waarop je kaarten schrijft.

Zo’n dag waarop de fietsroute bij je voordeur begint.

Zo’n dag waarop je de dennen ruikt.

Zo’n dag waarop je over onbekende fietspaden fietst.

Zo’n dag waarop de juiste afslag er niet toe doet.

Zo’n dag waarop je paddestoelen ziet.

Zo’n dag waarop de witte koeien in de wei je aanstaren.

Zo’n dag waarop je ‘Hoi!’ roept naar de tegenliggers.

Zo’n dag waarop je de hei ziet bloeien.

Zo’n dag waarop je uitrust op een terrasje.

Zo’n dag waarop je samen kletst.

Zo’n dag waarop je net niet wordt gestoken door een wesp.

Zo’n dag waarop drie paarden voorbij komen met kinderen op hun rug.

Zo’n dag waarop de wind door de bladeren en je haar blaast.

Zo’n dag waarop een knetterende brommer je passeert.

Zo’n dag waarop je de kleur van het hooi bewust ziet.

Zo’n dag waarop je op een bankje zit en naar het Drentse land kijkt.

Zo’n dag waarop je wordt gekust.

Zo’n dag waarop je de kaarten in de brievenbus duwt.

Zo’n dag waarop de vogels extra hard fluiten.

Zo’n dag waarop een kindje in een volle winkel een tikje tegen je been geeft.

Zo’n dag waarop je langs een prachtig vennetje komt.

Zo’n dag waarop je buiten koffie drinkt met een verse koek.

Zo’n dag waarop je lekker leest.

Zo’n dag waarop je samen lacht.

Zo’n dag waarop je pizza eet.

Zo’n dag waarop je samen afwast.

Zo’n dag die nog lang niet is afgelopen, maar waarvan je later zal zeggen: ‘Weet je nog die dag, die toen zo heerlijk was!’

 

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

Het feest is geweest

‘Het feest is geweest.’

Dat dacht ik meteen toen ik deze muts vanochtend vroeg zag liggen.

Een stilleven op een muurtje naast een bejaardentehuis in Utrecht Zuid, ver van de plek in het centrum waar gisteren de Nederlandse voetbaldames werden gehuldigd na het behalen van het Europees kampioenschap.

De zin is niet van mij, maar komt uit het liedje 5 uur* gezongen door Ramses Shaffy.

*Later ook uitgebracht door De Dijk.

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

Het Onderwijsmuseum, wat kan je daar nou zien?

‘Ja, zo ging dat bij mij ook. De juf knipte in je breiwerk en dan moest jij het gat met mazen weer dicht krijgen’, vertelt mijn moeder als we voor één van de doeken in het museum staan.

Dat maakt de tentoonstelling ‘Van het naadje en de kous‘ extra leuk: je kan jezelf herkennen in de persoonlijke verhalen die er tussen alle handwerkjes hangen. Of je erover verbazen, zoals ik deed bij dit verhaal.

Van het naadje en de kous‘ geeft een overzicht door de jaren heen over handwerken in de klas. Vanaf de leeftijd van 7 jaar t/m 20 jaar. Bij iedere leeftijd wordt er kort iets verteld en hangen er veel voorbeelden van allerlei soorten handwerk.

Merklappen zoals op de foto hierboven kende ik wel. Ik heb er zelf eentje van mijn oma ingelijst aan de muur hangen als een mooie herinnering aan haar.

Maar van pronkrollen had ik nog nooit gehoord: dit zijn lappen waarop verschillende borduurtechnieken werden geoefend. Uiteindelijk werden die lappen aan elkaar genaaid en kon je ermee ‘pronken’.

Krijg je door al het kijken zelf ook zin om aan de slag te gaan? Dat kan: er staat een grote werktafel in het midden van de ruimte waar allerlei materiaal ligt om direct te starten. Punniken,  borduren, haken, breien (sokken of gewoon lekker rechttoe rechtaan op naalden 5) het is er allemaal. Zo breide mijn moeder nog even verder aan een blauwe sjaal.

Bij het weer naar boven lopen op de trap vielen de strakke en ronde lijnen van de trap me op.

Ook het museumcafé probeerden we uit. Wij vonden het een gezellige plek met goede koffie en lekkere taartjes.
Zoals mijn moeder opmerkte: ‘Gebak van Van der Sterre dat is altijd goed.’

De zon scheen, dus wij hadden geen garderobe of kluisje nodig, maar ik vond de schooltassen aan de kapstok een grappig detail.

Toen we weer buiten stonden waren mijn moeder en ik het roerend eens: het Onderwijsmuseum is een bezoek meer dan waard!

Guilty pleasure

‘Hier, daar ben jij toch zo gek op!’

Er vliegt een zakje mijn richting uit. Als ik het opvang, zie ik wat het is.

Een zak met Chokotoffs.

Raar, hoe dat gaat, voordat ik hier kwam kende ik ze niet en nu ineens zijn ze mijn favoriet.

‘Hier’ is het au pair gezin waar ik na mijn middelbare schooltijd een jaar werkte. In Brussel. Marc en Rita, ‘mijn bazen’, waren de eigenaars van een traiteur.

Eten was hun leven. Ook thuis.

Later heb ik nooit meer zulke lekkere salades gegeten als die zij maakten.

Nog nooit heb ik zoveel gesnoept als daar.

Eclairs, zure matten en Chocotoffs, ik had er nog nooit van gehoord, maar ik leerde snel.

Die Chocotoffs koop ik nu nooit meer.

Behalve… één keer per jaar. Dan kan ik me niet bedwingen. Zoals vandaag.

Ik koop een zakje, eet er heel veel achterelkaar op en dan is het weer klaar.

Terwijl ik kauw denk ik terug aan toen. Het eten ervan opent een luikje in mijn hoofd naar het verleden.

Ik zie ze weer voor me. De kinderen, de honden en de hamsters. Ik hoor het gelach en het drukke gepraat.

De zomer aan zee in Knokke.

De tranen bij het afscheid.

En ook het gevoel van vrijheid dat ik voelde, want mij wachtte een nieuw avontuur: studeren.

Disclaimer: ik heb geen aandelen in deze toffee-fabriek.

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

 

 

 

 

Welk boek springt eruit? #50books

‘Er wordt geen afwas overgeslagen in dit boek’, zei mijn lief toen hij het boek las dat er voor mij uitspringt.

Dit klinkt misschien als een saai boek.

Maar dat is het totaal niet. Althans dat vind ik (en hij ook). Het zegt wel iets over het boek, want spannende acties of avonturen staan er niet in.

Toch kon ik niet meer stoppen toen ik in dit boek begon.

Ik las het in de zomer van 2004. Vaak met de balkondeur open, waardoor in de ochtend nog de frisse geur van de zomer naar binnen dreef. Deze geur is voor mij dan ook onlosmakelijk verbonden met dit boek. Ik zie me zo weer zitten. Nog snel een paar pagina’s lezend voordat de werkzaamheden van de dag zouden beginnen.

Op vraag 29 van Martha Pelkman in de serie #50books: ‘Ga eens voor je boekenkast staan en laat je ogen over de boeken glijden. Welk boek springt eruit en waarom?‘, is mijn antwoord het boek Strikt van Minke Douwesz.

Het is het debuut van deze schrijfster, dus ik had geen idee wat ik kon verwachten. Het boeide mij van de eerste tot de laatste pagina. In totaal zijn het 837 pagina’s, dus dat is best knap.

Ik vind het fijn om te lezen hoe iemand anders leeft, denkt en dingen doet. En dat is wat er in dit boek gebeurt: als lezer bekijk je de wereld door de ogen van de hoofdpersoon van het boek, Idske Wolters.

Ze is 34, psychiater, woont in een dijkhuis bij de Waal, houdt van poezen, lezen, films en wordt verliefd op een andere vrouw. Een vrouw die zelf op mannen valt.

Hoe dat allemaal gaat met deze liefde is de rode draad in het boek. Je vraagt je voortdurend af of het wel goed gaat komen, en dat maakt het spannend.

Zelf vond ik het ook heel interessant om te lezen hoe de opleiding van de hoofdpersoon tot psychoanalytica verloopt.

Zo leerde ik dat ze hiervoor iedere werkdag op een sofa bij een andere analyticus ligt om te praten over haar innerlijk leven.

Na het lezen van dit boek wachtte ik met smart op de volgende.

In 2009 heeft Douwesz nog een boek uitgebracht, maar daarna is het stil geworden.

Ze is de enige schrijfster van wie ik de naam van tijd tot tijd intik in de hoop op een goed bericht. Maar tot nu toe kom ik iedere keer weer uit bij deze zinnen op haar website: ‘De laatste jaren werkt zij aan promotieonderzoek. Een idee voor een volgende roman is er al wel’.

 

 

 

 

 

 

 

‘Rustig de natuur zijn werk laten doen’

‘Hee kijk, nu heeft ie toch knopjes gekregen!’, zei ik vanochtend toen ik het rolgordijn in de kamer omhoog trok.

Iedere ochtend keek ik de afgelopen weken hoopvol naar deze mini-petunia aan de rand van ons balkon. Gebeurt er al iets?

Maar wekenlang gebeurde er niets.

Dat was wel anders toen ik hem kocht.

Ik had hem juist gekozen, omdat hij zowel bloemetjes als knopjes had. Een goede keuze, dacht ik, dan kan hij lang in bloei staan.

Helaas verdwenen de bloemetjes in no time, toen ik hem in het hangpotje had geplant. Na een aantal stevige regenbuien waren ook de knopjes verdwenen.

Een miskoop, jammer.

Zal ik ‘m vervangen?, dacht ik een paar keer. Want juist aan de rand van het balkon vind ik een bloeiend plantje zo leuk.

Maar dat kon ik toch niet over mijn hart verkrijgen. Dus gaf ik ‘m trouw water op warme dagen en sprak ik ‘m zo nu en dan eens toe.

En zie daar, na een paar uur zon vandaag zijn de knopjes zelfs al open gegaan.

Klopt het toch wat mijn vader vroeger tegen mij zei: ‘Rustig de natuur zijn werk laten doen, Karin’.

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

 

Wat staat daar in de etalage?

Zo’n doos kan ik nooit voorbij lopen zonder er even in te kijken.

Niet omdat ik verwacht dat ik er iets superleuks ga vinden, maar gewoon omdat ik nieuwsgierig ben en het leuk vind om even te kijken wat er allemaal in zit.

Onverwachts kan er dan best iets interessants bij zitten. Een retro kopje uit de jaren 60 bijvoorbeeld.

Deze keer is dat niet zo.

Maar valt me wel iets anders op.

Die doos heeft mijn naam.

Daardoor bekijk ik hem met andere ogen.

Hij wordt een beetje mens voor mij.

Wat stop je in een kartonnen doos met Karin erop?

Wat is de waarde ervan?

Door de woorden van mijn cliënt, pardon oud-cliënt, want hij heeft zijn baan gevonden, denk ik weer aan deze doos.

Aan het einde van het evaluatiegesprek zegt hij: ‘Ik ben niet alleen heel blij dat ik deze baan heb, maar jij hebt me ook laten zien dat ik meer kan dan ik dacht. Dat ik meer mogelijkheden heb.’

Ik sputter een beetje, maar voordat ik iets kan zeggen, zegt hij: ‘Nee, daar hoef je echt niet bescheiden over te doen. Je hebt mij veel over mezelf geleerd en dat heeft voor mij gewerkt, dat mag je echt wel meer noemen en laten zien.’

In eerste instantie denk ik ‘Goh, wat aardig dat hij dat zegt’.

Maar als ik na het gesprek mijn spullen opruim, realiseer ik me dat hij gelijk heeft.

Een beetje minder bescheiden zijn mag best.

Dus hop, als deze doos nu de etalage is, dan zet ik deze woorden erbij: ‘Ik heb hem weer verder geholpen.’

Kijk ze glimmen daar in die doos.

Deze foto op dinsdag blog, die ik schreef op woensdag, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

 

 

 

‘Delight in the thing seen’

Jean reading, geschilderd door John Bratby in 1954

‘Delight in the thing seen’

Mooie woorden, die zonder dat ik nog nadenk over de betekenis, me raken.

Ze doen me verlangen naar iets groters.

Iets dat ik niet in woorden kan aangeven.

Een gevoel van vrijheid of het idee dat ik zomaar iets zou kunnen maken.

Ik zie de woorden dan ook meteen als we langs het museum lopen.

Het is een stralende dag, niet echt een dag om naar een museum te gaan, dus lopen we verder.

Het weer blijft mooi, maar de woorden trekken, dus op een andere zonnige ochtend gaan we toch.

De woorden zijn van de Engelse kunstschilderes Jean Cooke. In de Jerwood Gallery in Hastings is er een kleine expositie van haar schilderijen te zien.

Zonder de tekst te lezen die op de muur staat, loop ik langs de schilderijen. Ze spreken me aan: de frisse kleuren en de open gezichten die me vanaf het doek aankijken.

Voor een schilderij van een jonge man die voor een open raam zit en met heldere ogen naar me kijkt, blijf ik langer staan. Door het open raam achter hem zie ik een stukje van een tuin en op een tafeltje naast de jongen staat een bos bloemen.

‘Genieten van de dingen die je ziet’, het is terug te vinden in de schilderijen van Jean.

Later lees ik dat haar man, John Bratby, ook een schilder en schrijver, het maar moeilijk kon verkroppen dat zijn vrouw succes had met haar schilderijen. Hij schilderde over haar schilderijen heen, een enkele sloeg hij zelfs kapot als hij ze niet mooi vond.

Ik realiseer me weer eens heel goed dat ‘genieten van wat je ziet’, makkelijk is op een zonnige dag tijdens de vakantie, maar dat het juist van waarde is op de momenten dat je verdrietig bent of het even tegen zit in het leven.

In de museumwinkel ga ik op zoek naar een kaart van een schilderij van Jean.
Het verwondert me dat er op de kaarten die er verkocht worden alleen schilderijen staan van haar man.

Deze foto op dinsdag blog, die ik schreef op woensdag, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.