Verlangen

‘O, kijk eens wat een mooie bank, laten we hier even gaan zitten’, zeg ik enthousiast.

We zitten en kijken naar de zee.

Het water lijkt wel azuurblauw.

Het waait. Achter ons klappert een vlag.

Een meeuw krijst terwijl hij over ons hoofd scheert.

In de verte valt het zonlicht op het zeil van een bootje.

Met mijn hand wrijf ik over het hout van de bank.

Het is glad en stevig.

We zwijgen en kijken.

Mijn jurk deint zachtjes in de wind.

Ik proef het zout van de zee op mijn lippen en voel de warmte van de zon op mijn armen.

De witte huizen aan de kust lijken ver weg.

Ik knijp mijn ogen iets dicht tegen de felle zon.

In de verte klinkt de stem van een kind.

Na een tijdje vraag jij: ‘Zullen we daar verderop iets gaan drinken?’

‘Is goed’, zeg ik.

Terwijl ik dit schrijf, zit ik achter mijn bureau.

Het is een frisse ochtend in september.

Kijkend uit het raam zie ik huizen en mist, en geen zee.

Maar in mijn hoofd was ik daar. Toen. Met jou. Daar bij de zee.

Ga je mee?

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

Lily’s: een leuke winkel in Wageningen

‘Dat is toch Karin’, hoor ik achter me.

Het leuke van Twitter.

Ik heb het al vaker meegemaakt en nu dus weer.

Ik sta in de winkel Lily’s in Wageningen en voordat ik nog maar goed en wel binnen ben, heeft Ria, de eigenaresse van de winkel, me herkend.

We kletsen en maken kennis met haar dochter Sanne, de andere eigenaresse van de winkel.

Natuurlijk ben ik heel benieuwd naar de winkel, dus daarna kijken we rond. En wat is er veel leuks te zien.

Van kasten, tafels en stoelen tot alles voor het leuk aankleden van je tafel.

Die blauwe servetten. <3

Overal zijn leuke hoekjes ingericht: met oude tafels en krukjes, waarop je notebooks, planten en kleine hebbedingetjes vindt.

De combinatie van oude met nieuwe dingen spreekt mij heel erg aan. Het leukst vind ik dat je ideeën op kan doen voor je eigen huis, maar ook dat ik hier allemaal dingen zie die ik nog niet eerder heb gezien. Als kaartenfreak kom ik in winkels vaak dezelfde kaarten tegen, maar dat is hier niet het geval.

Als je de winkel binnenkomt valt dit kastje je meteen op. Sanne vertelt dat het is ontworpen door een kunstenaar die daarvoor gebruik maakt van al bestaande materialen. Kan jij raden waar de voorkant van dit kastje vandaan komt?

Ik raadde het niet. 😉

Je vindt Lily’s in de Bergstraat in Wageningen. Het kan eigenlijk niet missen: het is schuin tegenover het historische hotel De Wereld. Als je goed kijkt, zie je het hotel in de weerkaatsing van de winkelruit.

Gewoon iets leuks

‘Welk boek zal ik eens kiezen? En waar ga ik het dan verstoppen?’, denk ik terwijl ik voor de boekenkast sta.

‘Dit boek? Nee, dat is misschien te saai. Dat dan? Of toch dat?’

Toen ik via Twitter las over #hideabookday, was ik meteen enthousiast.

Een boek ‘verstoppen’ op een openbare plaats en zo iemand anders verrassen met een boek, dat is de bedoeling.

Dus stapte ik op maandagochtend met een feestelijk verpakt boek de deur uit.

Zodra ik later die ochtend de spiksplinternieuwe bieb binnenkwam, wist ik dat ik ‘de ideale verstopplek’ had gevonden.

Dus voordat ik het pand weer verliet, liet ik het daar achter.

En nu vraag ik me af: ‘Zal de vinder al lekker zitten lezen?’

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

Laat los wat je niet nodig hebt

Met mijn voorhoofd op mijn handdoek en mijn handen langs mijn lichaam adem ik langzaam in en weer uit.

‘Laat los wat je niet nodig hebt’, hoor ik mijn yogajuf zeggen.

Langzaam vult de geur van koffie mijn neus.

‘Koffie!’, denkt mijn hoofd.

Stiekem gluur ik vanuit mijn voorovergebogen houding naar mijn horloge, en zie wat ik al dacht: we zijn nog maar tien minuten bezig, dus die koffie moet nog even wachten.

De yogales wordt daarmee een oefening in ontspanning én geduld.

Ruim een uur later zet ik die koffie.

Met meer aandacht dan normaal, want we hebben een nieuw koffieapparaat en daar moet ik nog even aan wennen.

Even later stijgt er een heerlijke geur uit de blauwe Moccamaster. What’s in a name?

Ondertussen klop ik de melk.

Terwijl ik de koffie erbij schenk, komt er een hartje tevoorschijn.

Nog geen minuut later geniet ik van mijn eerste koffie van de dag.

‘Wat is er weinig nodig voor een moment van geluk’, denk ik.

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

Het dameskoor van Chilbury, Jennifer Ryan

Als meisje van een jaar of tien had ik er één: een dagboek.

Een bruin boekje met witte blaadjes en goudkleurige randen. Op de voorkant stond Holly Hobby en het had een slotje. Handig, zo kon niemand stiekem meelezen.

In het boek Het dameskoor van Chilbury van schrijfster Jennifer Ryan is het juist wel de bedoeling dat je als lezer meeleest in de dagboeken van de verschillende hoofdpersonages in het boek.

Het advies voor het schrijven in een dagboek komt via de radio.

‘Op de radio zeiden ze dat het goed is om een dagboek bij te houden in deze moeilijke tijd, omdat het helpt de moed erin te houden.’

Op deze manier leer je als lezer niet alleen het dertienjarige meisje Kitty Winthrop en de weduwe Mrs Tilling, beide lid van het dameskoor, beter kennen, maar deze korte dagboekfragmenten geven het verhaal ook meer vaart.

De dagboekpassages worden afgewisseld met brieven van drie andere mensen uit het dorp Chilbury. Het verhaal speelt zich af in 1940 en de Tweede wereldoorlog is al uitgebroken, dus het schrijven van brieven past bij die tijd.

Ik vond deze afwisseling wel slim gekozen, want al deze fragmenten en brieven zorgen ervoor dat je als lezer begrijpt wat er speelt én, heel handig, je kijkt door de ogen van meerdere personen. Soms weet je hierdoor meer dan de personages, waardoor je gespannen blijft volgen wat er gaat gebeuren.

Van tevoren had ik gedacht dat er veel over het dameskoor zou worden geschreven, maar eigenlijk gaat het boek over het reilen en zeilen van een dorpsgemeenschap in Zuid-Engeland aan het begin van een oorlog. Juist doordat het oorlog is kan het koor niet heel veel optreden en later houden de repetities tijdelijk op, omdat er een bom op het dorp valt.

Voor het verhaal is dat niet erg. Ik was al zo verbonden met alle personages dat ik alleen maar wilde weten hoe het verder zou gaan.

Hoewel het oorlogstijd is, gaat het leven van alle dag ook door. Er worden baby’s geboren en er bloeien nieuwe liefdes op. Het is geen somber boek, er valt regelmatig wat te lachen.

Het dameskoor zorgt voor verbinding. Ook met mensen die niet zo aardig zijn. Daarbij is het bijzonder, want in die tijd was er nog geen koor van alleen vrouwen.

De schrijfster schrijft in haar dankbetuiging dat ze wilde laten zien dat het thuisfront ook van belang was in oorlogstijd. Dat de vrouwen hard werkten en hun best deden om de moed erin te houden.

Het is mooi om te lezen dat het koor voor ontspanning en saamhorigheid zorgt, niet alleen bij degenen die naar het koor komen luisteren, maar zeker ook bij de mensen die erin zingen.

De dertienjarige Kitty beschrijft dit heel treffend: ‘En het koor, een hechte groep van vriendinnen en buren die elkaar door dik en dun steunden, voelde net zo vertrouwd als familie. Ik sta er niet alleen voor, dacht ik. Wij laten elkaar nooit in de steek.’

Het leukst aan het boek vond ik dat de personages niet statisch zijn. Ze ontwikkelen zichzelf.

Zo verandert de bescheiden weduwe Mrs Tilling, die aanvankelijk verdrietig achterblijft als haar zoon het leger in moet, gedurende het verhaal in een sterke vrouw die haar mening durft te geven en waar anderen op kunnen leunen.

Dat zij later de dirigente van het koor is, is dan ook geen toeval.

Via Twitter kwam ik erachter dat Lalagè op hetzelfde moment als ik in dit boek las. Zij las de Engelse versie en schrijft er dit over.

‘Er is daarachter nog een hele schuur’

‘Daar kunnen we wel iets drinken’, mijn lief rijdt net iets voor mij en wijst naar iets recht voor zich.

‘Joe, is goed, maar laten we eerst nog even een stukje terug rijden. Ik zag daar een tafeltje buiten staan. Even kijken wat het is.’

We keren om en rijden een paar meter terug.

Voor een boerderij staat een tafeltje met oude spulletjes. Servies, een paar blikken, vaasjes en een jurkje dat wappert in de wind.

Terwijl ik naar twee bordjes kijk, hoor ik mijn lief zeggen: ‘Er is daarachter nog een hele schuur.’

‘O, ja?’, mompel ik, met mijn aandacht nog bij de bordjes.

‘Ja!’, zegt hij. ‘Maar er ligt ook een hond.’

‘Dan hoef ik er niet te kijken’, zeg ik, en ik denk aan de hond die onverwachts op ons afrende toen we een keer bij iemand het erf opliepen.

Het harde blaffen en de grote tanden van die herder ben ik nog niet vergeten.

‘Dit is  wel een lieve hond’, gaat mijn lief verder.

Met twee bordjes in mijn ene hand en mijn andere hand om mijn stuur loop ik naar hem toe en kijk om de hoek van de struiken.

Iets verder op het pad ligt een schaapshond met zijn kop op zijn poten.

Als hij ons ziet, gaat zijn kop omhoog en kijkt hij ons vriendelijk aan.

‘Wat een lieverd! Laten we toch maar even kijken’, zeg ik.

Aan het eind van het pad komen we bij een schuur vol met tweedehands spullen: nog meer servies, gebloemde dekschalen, kleding, tuinspullen, boeken, teveel om op te noemen eigenlijk.

Op mijn gemak kijk ik rond. Wat is er veel te zien!

Uiteindelijk ga ik met twee bordjes en een geel blikje de schuur uit.

Het geld mag in een houten doosje, staat er uitgelegd op een papier dat erbij ligt.

Als we met de fietsen langs de hond komen, ligt hij met zijn kop op zijn poten. Zijn ogen zijn dicht.

Aan het einde van het pad kijk ik nog een keer om. Verbeeld ik het me, of knipoogt hij echt naar me?

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

PS Ook een fan van tweedehands spullen? Deze loppis vind je in het dorpje Anderen in Drenthe.

Welke tijdschriften lees jij?

‘Snikken en Grimlachjes’

Ik roep het direct als iemand me ’s nachts wakker maakt en de naam ‘Piet Paaltjens’ noemt.

De titel van het boek van deze dichter is zo’n feitje dat mijn hoofd niet meer verlaat. Ooit geleerd tijdens mijn studie Nederlands en voor altijd in mijn hoofd verankerd.

Daarom lees ik graag in ‘Boekenpost‘ een tijdschrift over boeken, waarin veel aandacht is voor oude boeken, antiquariaten, maar ook stripboeken en illustraties.

Het lezen over deze dichter uit de negentiende eeuw roept een gevoel van herkenning én nostalgie op.

Ik zit weer in de universiteitsbibliotheek aan de Drift in Utrecht met als enige doel om een goede analyse van een tekst te maken, waarbij de lunch met studievriendinnen en een kaassoufflé het hoogtepunt van de dag is.

Ooit werd dit tijdschrift me aangeraden door een enthousiaste docent Nederlands, die in de bibliotheek van Ridderkerk met een groepje belangstellenden, waaronder ik, praatte over boeken die we hadden gelezen.

Hij vertelde  zulke sappige verhalen over antiquariaten, dat ik er graag meer over wilde lezen en een abonnement nam.

Ook ‘Livre‘ gaat over boeken, maar daarin gaat het juist meer over recente boeken. Een mooie aanvulling op de Boekenpost.

Toch ga ik mijn abonnement opzeggen, omdat ik het las voor meer achtergrondinformatie over schrijvers voor de boekenclub waar ik lid van was. Nu ik daar geen lid meer van ben, vind ik het magazine niet zoveel toevoegen aan de recensies of interviews die ik in de krant lees.

Voor mijn werk lees ik ook tijdschriften. Om als coach op de hoogte te blijven lees ik het Coachlinkmagazine. Ik lees op dit vakgebied nog andere tijdschriften, maar dit is mijn favoriet.

De afwisseling tussen persoonlijke verhalen, ‘welke boeken liggen er op jouw nachtkastje?’, en kennis van methodieken of werkwijzen, spreekt me aan.

Als docent geef ik taaltrainingen bij bedrijven. Daarvoor lees ik Les. Dit tijdschrift gaat over NT2 en taal in het onderwijs.

Les en ik hebben al een lange verbinding met elkaar: vanaf het moment dat ik in het taalonderwijs kwam, in 1991, lees ik het al.

Het is informatief en ook hierin geniet ik van de persoonlijke verhalen van docenten of deelnemers. Ik lees het vaak in de trein: het weegt niet veel en zo heb ik toch altijd iets te lezen bij me.

De Flow vond ik jaren geleden echt een ontdekking. Met onderwerpen waar ik graag over lees met daarbij toffe illustraties en foto’s en verhalen over hoe dit wordt gemaakt.

Jaren terug leerde ik via de Flow de Etsy shops kennen en las ik  meer over social media. Nu vind ik de onderwerpen niet meer zo vernieuwend, en mag er van mij meer aandacht besteed worden aan Nederlandse illustratoren.

Toch lees ik het nog graag. ‘De zinnetjes van Aaf’, lees ik altijd als eerste, omdat ze zo leuk over uitspraken schrijft.

Ik heb zelfs een heel uniek exemplaar van dit tijdschrift. Bij mijn afscheid van mijn werk in 2011 kreeg ik van mijn collega’s Karin’s Flow.

Een heel leuk aandenken, waar ik van tijd tot tijd nog eens in lees.

Op het Psychologie magazine heb ik geen abonnement, dat lees ik zo nu en dan. Meestal tijdens vakanties, dat past een beetje bij de traditie dat ik als kind een tijdschrift mocht uitkiezen voor de vakantie. Het verschil is alleen dat ik het nu mezelf cadeau doe.

Het wijkmagazine Hallo! Lunetten lees ik niet alleen, maar daar schrijf ik ook voor. Ieder kwartaal vul ik de rubriek ‘Hee, wat doe jij hier?’ Hiervoor interview ik mensen op straat in mijn wijk Lunetten. Ook de foto’s maak ik zelf. Gewoon met mijn telefoon.

Dat is leuk én spannend tegelijkertijd, omdat ik me iedere keer weer afvraag of het gaat lukken om mensen te vinden die willen meewerken.

Soms verbaast het me wat mensen allemaal vertellen in de korte gesprekken op straat. Het ontroert me dat ze het mij toevertrouwen.

Nu ik zelf schrijf voor een magazine, kijk ik met andere ogen naar de tijdschriften die ik lees. Hoeveel tijd zal het maken van dit artikel wel niet gekost hebben?, denk ik dan.

Dit blog schreef ik als antwoord op de vraag: ‘Welke tijdschriften lees jij en waarom?’, vraag 34 van #50books die dit jaar wordt gesteld door Martha Pelkman.

Zo’n dag

Zo’n dag waarop de zon schijnt als je wakker wordt.

Zo’n dag waarop je agenda leeg is.

Zo’n dag waarop je in alle rust ontbijt.

Zo’n dag waarop je nóg een kopje thee neemt.

Zo’n dag waarop je je nieuwe blauwe T-shirt met witte stippen aandoet.

Zo’n dag waarop je samen koffie drinkt.

Zo’n dag waarop je een ritje maakt in een bus, waarvan je de route niet kent.

Zo’n dag waarop je ansichtkaarten koopt.

Zo’n dag waarop je een fiets huurt.

Zo’n dag waarop je bloemen koopt.

Zo’n dag waarop je een croissantje bij de lunch hebt.

Zo’n dag waarop je kaarten schrijft.

Zo’n dag waarop de fietsroute bij je voordeur begint.

Zo’n dag waarop je de dennen ruikt.

Zo’n dag waarop je over onbekende fietspaden fietst.

Zo’n dag waarop de juiste afslag er niet toe doet.

Zo’n dag waarop je paddestoelen ziet.

Zo’n dag waarop de witte koeien in de wei je aanstaren.

Zo’n dag waarop je ‘Hoi!’ roept naar de tegenliggers.

Zo’n dag waarop je de hei ziet bloeien.

Zo’n dag waarop je uitrust op een terrasje.

Zo’n dag waarop je samen kletst.

Zo’n dag waarop je net niet wordt gestoken door een wesp.

Zo’n dag waarop drie paarden voorbij komen met kinderen op hun rug.

Zo’n dag waarop de wind door de bladeren en je haar blaast.

Zo’n dag waarop een knetterende brommer je passeert.

Zo’n dag waarop je de kleur van het hooi bewust ziet.

Zo’n dag waarop je op een bankje zit en naar het Drentse land kijkt.

Zo’n dag waarop je wordt gekust.

Zo’n dag waarop je de kaarten in de brievenbus duwt.

Zo’n dag waarop de vogels extra hard fluiten.

Zo’n dag waarop een kindje in een volle winkel een tikje tegen je been geeft.

Zo’n dag waarop je langs een prachtig vennetje komt.

Zo’n dag waarop je buiten koffie drinkt met een verse koek.

Zo’n dag waarop je lekker leest.

Zo’n dag waarop je samen lacht.

Zo’n dag waarop je pizza eet.

Zo’n dag waarop je samen afwast.

Zo’n dag die nog lang niet is afgelopen, maar waarvan je later zal zeggen: ‘Weet je nog die dag, die toen zo heerlijk was!’

 

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

Het feest is geweest

‘Het feest is geweest.’

Dat dacht ik meteen toen ik deze muts vanochtend vroeg zag liggen.

Een stilleven op een muurtje naast een bejaardentehuis in Utrecht Zuid, ver van de plek in het centrum waar gisteren de Nederlandse voetbaldames werden gehuldigd na het behalen van het Europees kampioenschap.

De zin is niet van mij, maar komt uit het liedje 5 uur* gezongen door Ramses Shaffy.

*Later ook uitgebracht door De Dijk.

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

Het Onderwijsmuseum, wat kan je daar nou zien?

‘Ja, zo ging dat bij mij ook. De juf knipte in je breiwerk en dan moest jij het gat met mazen weer dicht krijgen’, vertelt mijn moeder als we voor één van de doeken in het museum staan.

Dat maakt de tentoonstelling ‘Van het naadje en de kous‘ extra leuk: je kan jezelf herkennen in de persoonlijke verhalen die er tussen alle handwerkjes hangen. Of je erover verbazen, zoals ik deed bij dit verhaal.

Van het naadje en de kous‘ geeft een overzicht door de jaren heen over handwerken in de klas. Vanaf de leeftijd van 7 jaar t/m 20 jaar. Bij iedere leeftijd wordt er kort iets verteld en hangen er veel voorbeelden van allerlei soorten handwerk.

Merklappen zoals op de foto hierboven kende ik wel. Ik heb er zelf eentje van mijn oma ingelijst aan de muur hangen als een mooie herinnering aan haar.

Maar van pronkrollen had ik nog nooit gehoord: dit zijn lappen waarop verschillende borduurtechnieken werden geoefend. Uiteindelijk werden die lappen aan elkaar genaaid en kon je ermee ‘pronken’.

Krijg je door al het kijken zelf ook zin om aan de slag te gaan? Dat kan: er staat een grote werktafel in het midden van de ruimte waar allerlei materiaal ligt om direct te starten. Punniken,  borduren, haken, breien (sokken of gewoon lekker rechttoe rechtaan op naalden 5) het is er allemaal. Zo breide mijn moeder nog even verder aan een blauwe sjaal.

Bij het weer naar boven lopen op de trap vielen de strakke en ronde lijnen van de trap me op.

Ook het museumcafé probeerden we uit. Wij vonden het een gezellige plek met goede koffie en lekkere taartjes.
Zoals mijn moeder opmerkte: ‘Gebak van Van der Sterre dat is altijd goed.’

De zon scheen, dus wij hadden geen garderobe of kluisje nodig, maar ik vond de schooltassen aan de kapstok een grappig detail.

Toen we weer buiten stonden waren mijn moeder en ik het roerend eens: het Onderwijsmuseum is een bezoek meer dan waard!