Een langzaam afscheid

Boom

Het is druk en warm in de recreatieruimte. Tussen al het gepraat door hoor ik het geluid van een koffiemachine en rinkelende kopjes.

Twee tafels verder klinkt er gelach. Mijn ogen glijden langs de lachende gezichten. Een aantal mannen en vrouwen van middelbare leeftijd lachen en kijken naar een chique dame in een paarse jurk.

Er is één persoon die niet lacht: een oudere dame zit met haar beide handen voor zich op tafel en kijkt onaangedaan in de verte. Ik volg haar blik, maar ik kan niet ontdekken waar ze naar kijkt.

Het gezelschap om haar heen lacht weer. Het lijkt niemand op te vallen dat zij niet mee lacht.

Ik kijk naar mijn schoonvader tegenover me. Ook hij kijkt naar iets in de verte. Mijn schoonmoeder praat tegen haar zoon.

Ik zeg iets tegen mijn schoonvader over een boom die aan de overkant van de straat staat. Hij richt zijn hoofd iets op en kijkt naar buiten. Maar niet naar de boom. Toch knikt hij instemmend. Langzaam glijdt zijn aandacht weer weg.

Wat zal ik nu eens vragen?

We vonden elkaar in boeken.

In een flits zie ik hem weer staan voor onze boekenkast. Verbaasd pakt hij een deel van Het Bureau van Voskuil. ‘Goh, hebben jullie dit ook?’ ‘Het is van Karin’, zegt zijn zoon.

Al snel zijn mijn schoonvader en ik in gesprek over de inhoud. Hij neemt het boek mee naar de bank en de rest van de middag ligt het op zijn been. Van tijd tot tijd bladert hij erin en leest een stukje. Jaren eerder las hij alle delen. De beschrijvingen over het reilen en zeilen op een kantoor, hij moest erom grinniken.

Nu leest hij niet meer.

Ik probeer iets anders. ‘Kijkt u nu veel tv?’
Hij kijkt me vragend aan. ‘Nee’, zegt hij langzaam.
‘Vindt u het niet leuk?’
‘Er is niets leuks’, zegt hij.
‘Wat zou u dan leuk vinden?’, vraag ik.

Ineens lichten zijn ogen iets op. ‘Als ik jou zou zien.’
We lachen. ‘Wat jammer, dat ik niet op tv ben’, zeg ik.

Mijn schoonmoeder vraagt: ‘Waarom lachen jullie?’
Mijn schoonvader begint te antwoorden, maar blijft steken bij ‘Omdat…’

Langzaam wrijft hij met zijn hand over zijn voorhoofd.
En mompelt ‘Ik weet het niet.’

Mijn schoonmoeder begint over iets anders.

Bij het weggaan zwaaien we.

Hij zwaait terug. Langzaam. Met een stuurloze arm.

Later sta ik peinzend voor onze boekenkast. Ik kijk naar de stapel die ik nog graag wil lezen. En ik realiseer me dat het gaat om nu. Niet over morgen.

*Op 7 juli 2016  is mijn schoonvader overleden.
Tijdens de uitvaart op 11 juli 2016 las ik deze tekst voor.

4 gedachten over “Een langzaam afscheid

  1. Van die gebeurtenissen die je met je neus op het nu drukken… We hebben ze hard nodig, want we dwalen zo snel (ongemerkt) af.

    Met ons hoofd ergens anders zitten dan waar we nu zijn, omdat we het nu niet leuk of fijn vinden. Of juist wél, maar het mooie ervan vervlakken, omdat we aan allerlei andere dingen denken die nog gedaan ‘moeten’ worden of die we óók willen.

    Er is zó veel keus, er zijn zó veel mogelijkheden, dat je je ieder moment kunt afvragen of wat je nu doet wel het juiste of beste is. Je leest nu dit boek, maar zou dat andere misschien beter zijn? Je luiert een hele dag, maar had je niet tóch beter kunnen gaan werken? Je koopt het één, ‘ten koste’ van het ander – was dit wel de beste keus? Je laat mail een weekend voor wat ’t is, maar zie je daardoor een belangrijk bericht te laat?

    En dan ineens is het écht te laat… Ontroerende blog, Karin…

    1. Ja, precies, Sonja. En voordat het echt te laat is, is het goed om tot je door te laten dringen dat wat je nog wilt doen, je niet uit moet stellen naar een later moment. Alles wat nu kan, hoe groot of klein ook, doe het. En geniet ervan. Dat is wat ik de afgelopen jaren wel heb geleerd door hoe het gaat bij mijn schoonvader.

  2. Mooi verhaal. Het doet mij denken aan een ontmoeting dit weekend. Ik was op bezoek bij een nu oudere dame, 86 is ze inmiddels. Haar geest begint haar in de steek te laten waardoor ze helaas niet meer zelfstandig kan wonen. Ik zocht haar op in haar nieuwe woning. Een vrouw die ik zeer bewonder, om haar levenslust en aanstekelijk positief denken. Ik ging er met gemengde gevoelens heen, maar ze had niets van haar uitstraling en enthousiasme verloren. Ze liet mij trots het uitzicht van haar kamer zien en vertelde hoeveel het leven haar gebracht heeft, hoe dankbaar ze daarvoor is. Deze werd het iets vaker dan anders herhaald .
    Wij tobben vaak over keuzes en carrières. Deze vrouw heeft altijd hard gewerkt op het land, kon geen keuzes maken tussen werk en carrière, maar geniet nog iedere dag van een roodborstje in de boom, de sneeuwklokjes in het veldje voor het huis en een ieder die haar bezoekt.
    Als ik weer eens zit te tobben, denk ik aan haar en krijg meteen een glimlach op mijn gezicht.

    1. Wat mooi, Simone. Dat iemand met zoveel dankbaarheid kan terugkijken op haar leven, is de echte waarde in het leven, volgens mij. Heel mooi ook dat ze door dit met je te delen jou weer verder helpt.
      Dank je wel dat je het hier vertelde.

Reacties zijn gesloten.