Alle berichten van Karin Verheij

Vakmanschap is meesterschap

‘Oh, moet je dat zien! Zou jij dat aandoen?’

Het wordt op dwingende toon en zo hard gefluisterd dat ik, schuin achter de dames staand, het ook kan horen.

Ik duw snel mijn oortje weer in mijn oor en klik op het volgende geluidsfragment, waarmee ik de stemmen buitensluit.

Kijkend naar de details in de jurk luister ik naar de uitleg van de maker ervan: Jan Taminiau.

Hij legt op een prettige manier uit dat hij hoopt dat deze tentoonstelling ons meer gaat laten kijken.

Wat mij betreft is hij daar zeker in geslaagd, want wat is er veel te zien.

Zo zie je in deze jurk elementen van buiten die gecombineerd zijn met motieven die gebaseerd zijn op een wandkleed uit de 16de eeuw. Buiten en binnen komen hier samen in één jurk.

De stof van deze rok is geverfd in vier verschillende kleuren die in elkaar overlopen, en daar zijn dan nog kraaltjes op geborduurd.

Deze jurk heeft zoveel details dat je niet snel raakt uitgekeken.

De verhalen van Jan zorgen ervoor dat de jurken tot leven komen.

Zo zag hij, terwijl hij uit een raampje van een vliegtuig naar beneden keek, dat er zoveel te zien is aan een landschap, dat hij dit graag wilde tonen via zijn ontwerpen.

De vraag die de dames vóór mij aan elkaar stelden, of je deze kleren zou willen dragen of niet, vind ik niet zo belangrijk.

Het is juist zo fijn om gewoon te kijken en te genieten van de details, de stoffen en mooie kleuren. Het inspireert mij en maakt dat ik zin krijg om ook iets te maken.

Hoe meer ik kijk naar deze ontwerpen, hoe meer ik onder de indruk raak: van de ideeën van de ontwerper, maar zeker ook van het vakmanschap van degenen die hieraan hebben geborduurd.

De tentoonstelling Jan Taminiau: Reflections over het werk van Jan Taminiau is nog t/m 26 augustus te zien in het Centraal museum in Utrecht.

O ja, en de inhuldigingsjurk van koningin Máxima hangt er natuurlijk ook.

Deze foto op donderdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Thursday’,  een initiatief van Karin Ramaker.

Hoe was jouw dag?

Zo’n dag waarop de korte broek die je draagt eigenlijk niet van jou is.

Zo’n dag waarop het ’s ochtends vroeg nog stil is in de stad.

Zo’n dag waarop je achterband van je fiets een piepend geluid maakt.

Zo’n dag waarop het even stil is als je allemaal een hap neemt van je taartje. (Dank je wel, Ineke!)

Zo’n dag waarop een goed gesprek veel waarde heeft.

Zo’n dag waarop je het boekje Read this if you want to be Instagram famous terugkrijgt en je weet dat het inmiddels als doorgeefboekje  bij vier anderen heeft gelogeerd.

Zo’n dag waarop je een tegenstribbelend slot van een OV-fiets weer in het gareel krijgt.

Zo’n dag waarop je samen in de zon fietst.

Zo’n dag waarop een pannenkoek als lunch een heel goed idee is.

Zo’n dag waarop je ervaringen over het werk deelt.

Zo’n dag waarop je je collega nog beter leert kennen.

Zo’n dag waarop je samen tot de conclusie komt dat de contacten via Twitter zo bijzonder zijn. (Toch, Marrie?)

Zo’n dag waarop je een rood hoofd krijgt als je te lang in de zon fietst.

Zo’n dag waarop de fietsenmaker met één beweging je fiets omdraait, er een blaadje op de grond valt en (O, wonder!) het piepende geluidje is verdwenen.

Zo’n dag waarop je salie uit de moestuin krijgt om thee mee te maken.

Zo’n dag waarop je thuis elkaar vertelt over je dag en samen een ijsje eet.

Zo’n dag waarop je een mailtje van een cliënt krijgt met goed nieuws: hij heeft een nieuwe baan!

Zo’n dag had ik. En het maakte me blij en dankbaar.

En hoe was jouw dag?

Deze foto op donderdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Thursday’,  een initiatief van Karin Ramaker.

Lezen? Ga toch iets nuttigs doen!

 

Gisteren zag ik het weer.

Het enthousiasme van mijn moeder terwijl ze met een boek in haar handen staat.

Haar ogen stralen en haar hand wrijft voorzichtig over de voorkant van het boek.

Haast onbewust zie ik de rimpels en wat bruine vlekjes van het ouder worden op haar hand.

‘Kijk, dit is iets voor je vader’, zegt ze monter.

We doen samen een rondje Utrecht en natuurlijk kijken we even bij de boekwinkel.

Met Jip en Janneke, de boekjes van Annie M.G. Schmidt en de zwarte tekeningen van Fiep Westendorp is het ooit begonnen. Mijn leeshonger.

Mijn moeder las  ze voor. Dat deed ze met net zoveel enthousiasme als waarmee ze nu nog steeds over boeken praat.

Daarmee gaf ze haar liefde voor boeken en lezen aan mij door.

Zelf werd ze helemaal niet aangemoedigd om te lezen.

In haar kindertijd waren boeken duur. Het speelgoed dat er was deelde ze met haar broers en zus.

Daarbij was mijn oma geen fan van lezen. Ze vond lezen tijdverspilling. ‘Je kan beter iets nuttigs doen’, zei ze altijd.
Stoffen bijvoorbeeld.

Als mijn moeder als jong meisje boven de slaapkamers moest stoffen en het werd te stil, dan wist mijn oma dat mijn moeder zat te lezen en riep ze naar boven: ‘Ben je al klaar?’

‘Als ik mijn boek bijna uithad dan wilde ik natuurlijk verder lezen’, vertelde mijn moeder. Dus verzon ze een list en liep ze al lezend met het boek in haar handen langzaam door de slaapkamer, waardoor haar moeder zou denken dat ze druk bezig was.

Soms schrik ik ervan zo snel als de tijd gaat. Mijn moeder heeft nu de leeftijd waarop ik als kind mijn oma oud vond.

De boekjes van Annie M.G. Schmidt staan nog altijd in mijn boekenkast. Ik bladerde er vandaag even doorheen. Verstoppen in de wasmand en kappertje spelen, ik weet het nog.

Ik weet ook dat ik de tijd niet stil kan zetten, maar ik hoop nog lang het enthousiasme over boeken met mijn moeder te kunnen delen.

Deze foto op donderdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Thursday’,  een initiatief van Karin Ramaker.

Hoe blauw is de lucht bij jou?

‘Denk je dat het goed is om te doen?’

De twijfel klinkt door in mijn stem.

‘Natuurlijk, zegt hij, gewoon doen.’

Zo sta ik nog geen uur later op het station met als eindbestemming Arnhem.

Vakantie.

Bij uitstek de periode om je te ontspannen en eens lekker te flierefluiten.

Die vakantie had ik al achter te rug, dus daar was nu geen sprake van. Maar ik nam wel een dag vrij, want juist tijdens die laatste vakantie realiseerde ik me dat ik iets miste.

Door al het werk dat mijn dagen vult, waarbij ik anderen faciliteer in het leren en zicht te krijgen op waar het om gaat, blijf ik zelf een beetje stil op mijn plaats zitten.

Ik leer bij door te lezen in boeken of vakbladen, maar daarvoor hoef ik niet echt naar buiten.

En dat mis ik nu.

Die frisse wind door mijn hoofd.

Het leren van anderen.

Het horen van andere verhalen.

Het ruiken van een andere geur dan het gras bij mij in de buurt.

Het kijken naar iets moois, óf juist iets lelijks.

Waardoor ik mijn blik verbreed.

Uit mijn eigen wereld komen en inspiratie opdoen in de buitenwereld.

Door ontspanning weer verder komen in het werk dat ik met liefde doe.

De komende tijd plan ik het in, die ontspanning.

Eén dagje per week.

Afgelopen donderdag was de aftrap.

Ik nam een dag vrij en ging op stap.

Ik nam de trein naar Arnhem en had een leuke koffiedate met Marjolijn de Galan.

Daarna drentelde ik wat door de stad en keek gewoon eens rond.

Natuurlijk belandde ik nog even in een boekwinkel.

Voordat de trein me weer naar huis bracht, keek ik omhoog en maakte ik deze foto.

‘Zo ziet mijn hoofd er nu uit’, dacht ik, ‘het luik is weer open. En dat geeft lucht’.

Deze foto op donderdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Thursday’,  een initiatief van Karin Ramaker.

O ja, en heb jij een leuke tip voor mij om op één van de komende ‘op avontuur-dagen’ te gaan doen, te gaan bekijken of eens een leuk persoon te spreken, dan hoor ik het graag.

Do it yourself

‘Heeft u deze gemaakt?’, vraag ik aan de vrouw met grijze krullen achter de houten tafel.

’Nee’, zegt ze. ‘Ik weet eigenlijk niet wie hem heeft gemaakt’. Ze kijkt me verontschuldigend aan.

’Weet jij wie de tas heeft gemaakt?’, vraagt ze aan de oudere dame met de blauwe bril naast zich. Ook zij weet het niet.

Ik koop de tas en steun daarmee het voortbestaan van de kerk, waarin de verkoop wordt gehouden.

Ik houd van met de hand gemaakte spullen.

Ze hebben iets dat ik mis in spullen die machinaal worden gemaakt.

Degene die het heeft gemaakt ‘zit’ voor mij ook in het product.

Misschien heb ik dit als kind meegekregen van ouders die veel zelf maakten.

Mijn vader was timmerman en ik weet van de vele klus-zaterdagen hoeveel tijd en energie het kost om dat bureautje voor je dochter te bedenken en te maken.

Iets zelf maken is niet altijd zo romantisch als het lijkt trouwens, want mijn vader uitte daarbij ook weleens een welgemeende krachtterm als het niet zo wilde vlotten.

Maar uiteindelijk heb je dan wel iets unieks. En dat geeft het product veel waarde.

Omdat ik de naam van de maker van mijn tas niet ken, heb ik die naam maar “zelf” bedacht: ‘Mary’.

Zo doe ik zelf ook aan ‘Do it yourself’.

O ja, en mocht je je afvragen of het grappige gezichtje ook bij de tas hoort, dat is niet zo. Het is een houten broche die ik later kocht. Met de hand gemaakt door Chiara Bianchi van Use and take care.

Deze foto op donderdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Thursday’,  een initiatief van Karin Ramaker.

Alles is mogelijk

Al kauwend op een Mentos,  vast de dropvariant want dat was mijn favoriet, kijk ik achterom.

Een lang lint van kinderen, met een enkele volwassene, zie ik langzaam achter me de brug over komen.

Om me heen wordt er gelachen en gepraat. Ik kauw en kijk.

Naar de schoenen van de kinderen die voor me lopen en naar hun ruggen.

Die bewegen ritmisch op de cadans van het lopen.

Ik ruik de geur van bloemen. Ze staan langs de kant van de weg, langs de sloot waar we langskomen. Ze wuiven in de wind.

Op mijn gympen in een lange broek (of was het toch een korte?), een T-shirt en om mijn middel een regenjas in een buideltje, want nu is het nog zonnig, maar je weet maar nooit, loop ik mee.

De Avondvierdaagse.

Aan de medailles die ik bewaar in het groene sigarendoosje met Ritmeester erop kan ik zien dat ik hem vier keer heb gelopen.

Ik was dus negen toen ik hem voor de eerste keer liep.

Wat raar eigenlijk dat ik nog precies voor me zie hoe ik daar liep, maar dat ik vergeten ben hoeveel keer ik meeliep.

Ik weet wel dat ik me vrij voelde. De zwoele wind vermengd met de geur van bloemen en water beloofde grote avonturen. Twijfel bestond niet. Alles  was mogelijk.

Iedere lente komt dat gevoel weer terug. Als het fluitenkruid bloeit en ik erlangs fiets of wandel, dan voel ik het weer.

Op naar grote avonturen. Alles is mogelijk.

Deze foto op donderdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Thursday’,  een initiatief van Karin Ramaker.

Hoe haal je jezelf uit een neerslachtige bui?

We hebben allemaal weleens een neerslachtige bui.

Maar toch hebben we het daar niet (vaak) over.

Ik ook niet.

Want stel je voor dat een ander het niet begrijpt, en je daardoor als een zeur of loser zou zien.

Daarom vind ik het zo verfrissend dat een bekende Amerikaanse blogger Jason Kottke, hij blogt al sinds 1998, hier wél over schrijft.

Wat ik helemaal interessant vind, is dat hij hier een vraag over stelde op Twitter. Hij wilde graag weten wat anderen doen om zichzelf uit een neerslachtige bui te halen.

Hij kreeg heel veel reacties. Deze reacties deelde hij later op zijn blog.

En daar denk ik nu aan als ik me down voel.

Niet dat ik de hele lijst uit mijn hoofd heb geleerd. Nee, ik denk aan het feit dat hij zoveel reacties heeft gekregen, en er dus heel veel mensen weleens minder goed in hun vel zitten.

Die gedachte alleen al troost mij: we zijn allemaal weleens neerslachtig. Ik ben niet alleen.

Daaraan denken helpt mij weer vooruit.

Bij het lezen van zijn overzicht, realiseerde ik me dat ik dat er drie andere dingen zijn die mij ook uit een dip kunnen helpen.

Lief zijn voor mezelf

Mezelf toestaan om eerder mijn eerste koffie te nemen dan dat ik normaal doe bijvoorbeeld. Op dagen dat ik thuis werk drink ik rond 10.00 uur mijn eerste koffie van de dag. Daar kijk ik altijd naar uit, want de eerste koffie is het lekkerst. Gewoonlijk is 10.00 uur een prima tijd, omdat ik daar dan naartoe kan werken. Maar het doorbreken van die vaste regel geeft me juist dan een prettig gevoel.

Een langere pauze nemen dan op andere dagen, of juist eerder stoppen met werk, zodat ik een uurtje mag doen waar ik zin in heb (even naar de bieb), is ook heel fijn. Een vervelend klusje naar de volgende dag verschuiven, helpt ook. Eigenlijk alles waardoor er weer ruimte in mijn hoofd ontstaat om een beetje tevreden te zijn.

Praten met mijn partner of familie en vrienden

Even vertellen aan iemand die me goed kent over hoe ik me voel, zorgt voor een opgelucht gevoel. Vaak vertelt de ander dan ook hoe het gaat en door me daarop te focussen, vergeet ik mijn eigen gevoel. Via de telefoon of bij een kopje thee, dat maakt niet uit.

Lezen of naar een film kijken

Gewoon lezen waar ik zin in heb, een boek of tijdschrift, zorgt dat ik even niet meer denk aan mijn eigen gevoel en daardoor doorbreek ik de vicieuze cirkel van gedachten waar ik in zit. Ook het kijken van een leuke film of juist een spannende politieserie leiden mijn gedachten af en daarmee doorbreek ik het gevoel waarin ik anders zou blijven hangen.

Natuurlijk kan dit niet altijd tijdens een werkdag, maar dan zorg ik ervoor dat ik ’s avonds tijd heb om dit te doen. Dan heb ik gedurende dag al iets om me op te verheugen.

Het hoeft voor mij niet iets heel groots te zijn om me in beweging te krijgen.

Het overzicht dat Jason geeft bestaat uit alle reacties die hij heeft gekregen, hierdoor weet je dat ze werken. Wie weet inspireert het jou ook als je last hebt van een neerslachtige bui.

Nog geen maand later las ik trouwens een hele mooie aanvulling op dit onderwerp op de site van Gwenda Schlundt Bodien. Zij schrijft dat je down voelen ook kan komen, omdat je lichaam behoefte heeft aan eten of drinken. Zo simpel kan het dus ook zijn.
Hier lees je haar uitleg.

Een prullenbak met een verhaal

Het is niet mijn beste foto. Ik maakte hem in het voorbij lopen.

Ik stond even stil om dat te doen.

Mooi, vind ik ‘m, deze quote.

Zo komt vrede binnen handbereik.

We hoeven niet te wachten op machtige presidenten in verre landen.

We kunnen ‘m zelf ook uitdelen.

Hier en nu aan degenen met wie we zijn.

Deze foto op donderdag (eh, vrijdag) blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Thursday’,  een initiatief van Karin Ramaker.

Hartjes

Met rode wangen van het fietsen zet ik mijn ov-fiets in het rek.

Door de ruit van het gebouw zie ik een schoonmaakster in slowmotion haar stofzuiger bewegen. Ergens achter mij hoor ik een merel fluiten. Verder is er niemand. Het is nog vroeg.

Met mijn tas in mijn hand loop ik naar de ingang van het gebouw. En dan zie ik het.

Er ligt een hartje op straat.

Een papieren hartje. Linksboven is het een beetje vochtig geworden, maar verder is het nog helemaal intact.

Terwijl ik verder loop bedenk ik me dat er eigenlijk best veel hartjes op ‘straat’ te vinden zijn, als je maar kijkt.

Zoals het meisje dat naast mij in de coupé gaat zitten en vrolijk ‘Hoi!’ zegt.

De mevrouw van de fietsenstalling, die me inmiddels herkent, en ‘fijne dag weer’, zegt.

Een ochtendgroet van een meneer die zijn hondje uitlaat, terwijl ik voorbij fiets.

Als ik het gebouw binnenstap glimlach ik.

Het wordt mooi vandaag.

Bij het zien van een ‘Hart op straat‘ denk ik trouwens altijd aan Karin Ramaker. Zij heeft een fotoproject met deze naam.

Deze foto op donderdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Thursday’, ook een initiatief van Karin Ramaker.

Grijs

Een gerimpelde hand

Twee blauwe ogen

staren

Laag vliegen ze

Voorbij

de ganzen

De lucht

stil en grauw

Een jonge stem

herhaalt

‘Kijk, een tulp!’

Deze foto op donderdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Thursday’, een initiatief van Karin Ramaker.