Wie het mooist valt, Sara Nović

‘Come as you are’, zachtjes zingen deze woorden door mijn hoofd als ik dit aan het typen ben. Voor wie het niet kent: het zijn de eerste woorden van het gelijknamige nummer van Nirvana, dat in 1991 op het album Nevermind werd uitgebracht. In 1992 werd het uitgebracht als single en werd het bekend bij een groter publiek.

De zanger van de band Kurt Cobain pleegde in 1994 op 27-jarige leeftijd zelfmoord.

Deze informatie over Nirvana kan ik nooit meer vergeten. Niet omdat ik een fan was, maar door degene die me hierover vertelde. Zijn anders wat sombere ogen glansden en zijn haren (natuurlijk een vergelijkbaar kapsel als van zijn grote held) deinden om zijn hoofd, terwijl hij mij uitlegde hoe het allemaal zat.

In 1991 begon ook de oorlog in voormalig Joegoslavië.

Deze oorlog speelt een belangrijke rol in het boek ‘Wie het mooist valt’.

Ana Jurić is 10 jaar als de oorlog begint en zij, samen met haar vader en moeder en haar baby zusje, in Zagreb woont. In het eerste deel van het boek ervaar je als lezer door haar ogen wat de oorlog voor haar betekent.

In het tweede deel van het boek is Ana 20 jaar en woont en studeert ze in Amerika. Ze woont dan samen met haar zusje bij haar Amerikaanse pleegouders. De oorlog lijkt letterlijk en figuurlijk ver weg en voorbij, maar voor Ana is haar oorlogsverleden heel tastbaar. Haar nachtmerries houden haar wakker en door de andere wereld waarin ze leeft, leert ze te zwijgen over wat ze heeft meegemaakt en waar ze eigenlijk vandaan komt.

Uiteindelijk besluit ze om tijdens haar zomervakantie terug te gaan naar Zagreb om te onderzoeken hoe het met haar jeugdvriendje Luka gaat, maar ook om de plekken te bezoeken waar ze met haar ouders heeft geleefd én waar ze haar ouders heeft verloren.

Vervolgens krijg je als lezer In de delen drie en vier de antwoorden op de vragen die bij het lezen in het tweede deel bij je naar boven komen.

Ik weet dat dit een beetje cryptisch klinkt, maar als je het boek nog wilt lezen, dan is het niet leuk als ik hier al cruciale informatie ga weggeven.

Eigenlijk kan ik in één zin weergeven wat mijn mening is over dit boek: wat een goed en meeslepend boek!

De duidelijke taal (complimenten voor de vertalers Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap) en de opbouw zorgen ervoor dat ik voortdurend wil verder lezen. De vraag: hoe gaat het verder met Ana, zorgt dat ik blijf lezen. Dat voelt soms ook best raar, want lezen over een oorlog en wat Ana hierdoor meemaakt, geeft een dubbel gevoel.

Dit boek bracht me ook terug in de tijd. In 1995 gaf ik als docente NT2 Nederlandse les in Rotterdam en had ik veel mensen die gevlucht waren voor diezelfde oorlog in mijn klas.

De Kurt Cobain fan van begin 20, die zo treurig kon kijken als hij vertelde over zijn ouders waarvan hij niet wist of ze nog leefden, vertelde mij zo vol jeugdig enthousiasme over de band Nirvana en onderging een ware metamorfose als hij hierover kon praten. Dus stelde ik alleen daarom al veel vragen en luisterde ik met andere oren naar deze band.

Ik las ‘Wie het mooist valt’ gelijktijdig met Lalagè. Hier kan je lezen wat zij van het boek vond.

Hartjes voor de hartjeswandeling

Vanaf een afstandje stonden ze stil te kijken hoe wij langzaam dichterbij kwamen.

De grote zwarte lijven glansden in de zon. Ze stonden een beetje verdeeld om het water.

Ze hadden iets dreigends over zich, of verbeeldde ik me dit?

Ooit liepen we in Kent door een veld met koeien die bij de eerste aanblik rustig en geconcentreerd stonden te grazen, maar toen wij halverwege waren werden ze blijkbaar toch aangetrokken door de twee wandelaars die hun weiland doorkruisten en zagen wij ze met stramme benen snel op ons afkomen.

Sinds die tijd check ik altijd even of er een hek tussen ons en de koeien zit.

Dat hek bleek er deze keer te zijn, en toen we nog een paar meter dichterbij kwamen zagen we ineens waarom ze ons zo strak in het oog hielden: achter de hoge ruggen stond een kalfje. Zwart met een witte streep over zijn rug. Een beetje verdwaasd stond het ons aan te kijken.

Een leuke verrassing tijdens deze toch al afwisselende wandeling.

De wandeling startte in een klein bos dat vervolgens uitkwam bij een riviertje.

Waar we zagen hoe hele fijne witte bloemetjes als eilandjes in het water dreven.

Langs het pad werden we vergezeld door vlinders die vlak voor onze voeten omhoog vlogen.

Na weer een stukje bos keken we ineens uit over een veld vol kleur.

Ook liepen we over houten bruggetjes, waarvan het hout kraakte toen we erover gingen.

Maar het meest bijzonder was toch wel dat de route werd aangegeven door rode hartjes. ‘Hjertesti’ is ‘Hartjeswandeling’ in het Deens.

Later las ik dat er verschillende wandelingen in Denemarken met deze hartjes zijn. Om mensen bewust te maken dat wandelen goed voor je hart is. Ze zijn terug te vinden op de site van de Deense hartvereniging.

In Nederland heb ik deze hartjes nog niet bij wandelroutes gezien, of vergis ik me?
Mocht jij ze wel gezien hebben, dan hoor ik het graag.

Wil je deze wandeling ook een keer lopen? Je vindt hem net boven het stadje Ribe in Denemarken.

Het bureau

Nooit eerder had ik een bureau voor het raam.

Het raam zit bij mij aan de zijkant.

Ook bij de 4 bureaus die ik eerder in mijn leven had zat het raam altijd aan de zijkant.
Misschien ook wel beter, dan word ik niet afgeleid.
Aan al die bureaus heb ik heel wat gelezen, geschreven en geleerd. En lessen voorbereid, dat ook.

Het tweede bureau dat ik ooit bezat werd op maat voor me gemaakt. Mijn vader ontwierp  het en timmerde het ook zelf in elkaar. Aan de linkerkant van het bureau maakte hij een hoge kast met planken voor mijn boeken en aan de onderkant waren deurtjes, zodat ik daar de spullen die ik uit het zicht wilde houden kon zetten. Aan de rechterkant zaten vier lades.

Alles was wit, behalve de handgrepen van het bureau, die waren rood. Afgestemd op de rest van de kamer, die wit was met rode accenten.

Het bureau staat er nog steeds. Alleen wordt het nu gebruikt door mijn moeder die er zit te schrijven of te knutselen.

De rode accenten zijn verdwenen en vervangen door blauwe.

Ik vind een bureau fijn. Je kan er je eigen wereld van maken. Het indelen zoals je wil én je kan er spullen laten liggen, waardoor je er op een ander moment weer zo mee verder kan.

Zoals je kan zien, heb ik dit bureau ook ingedeeld. Links een stapel boeken, daarnaast een paar rolletjes tape. Recht voor me mijn vis-etui en rechts een paar schrijfboekjes, enveloppen en stickers.

Terwijl ik dit typ hoor ik de vogels vlak onder het raam fluiten.

Als ik voor me kijk zie ik een paar hoge  struiken en een dennenboom bewegen in de wind. Een stukje groen gras en daarachter is de zee.

Dat bevalt me wel. Ik denk dat ik dit bureau maar hou.

Deze foto op dinsdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Tuesday’, een initiatief van Karin Ramaker.

Waarom ik Janny uit ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen bewonder

‘Ah, kijk een koolmeesje op de balustrade.’

We drinken koffie en vanaf de bank zie ik ‘m ineens zitten. Zwart met geel, zijn kopje iets scheef, terwijl hij nieuwsgierig naar binnen kijkt.

Jij kijkt ook en prrt, weg is ie weer.

We lachen.

Meteen denk ik aan een andere vogel.

Een roofvogel. Hoog in de lucht.

Zodra ik nu een vogel zie, flitst hij even door mijn hoofd.

En ik zie ook haar weer voor me: een jonge vrouw die in de tuin van haar woning naar de bomen tuurt om te zien of de torenvalk in de buurt is.

Het is een scene uit het boek ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen en ik denk dat ik dit beeld niet snel meer kwijt zal raken.

Eigenlijk is het geen bijzonder beeld: een jonge vrouw die de lucht afzoekt naar een roofvogel. Dat zal wel vaker voorkomen.

Maar omdat ik weet dat ze dit doet tijdens de Tweede Wereldoorlog en de vogel vrij is en zij niet, raakt het me.

Ik bewonder haar, deze Janny Brandes-Brilleslijper.

Als Joodse vrouw van begin twintig besluit ze om geen J in haar paspoort te laten drukken als in januari 1941 op deze manier alle Joden worden geregistreerd. Haar familie doet dit wel.

Dat ze dit doet, getuigt van een sterke persoonlijkheid, vind ik.

Eerlijk gezegd word ik zelf al lichtelijk gestresst als ik in een trein niet direct mijn OV-chipkaart kan vinden als de conducteur erom vraagt. Terwijl dit van een heel andere orde is dan tegen de wet ingaan in een tijd, waarin er zoveel op het spel stond.

Janny staat voor wat ze belangrijk vindt en hoewel ze bang is en samen met haar man een zoontje heeft, verlaat ze bijna iedere dag hun schuilplaats ’t Hooge Nest tussen de bomen in het Gooi om te zorgen voor eten en levensmiddelen voor haar familie die bij haar woont én gaat ze met de trein en tram van Naarden naar Amsterdam om persoonsbewijzen of verzetskranten voor het verzet af te leveren.

Ik vind het knap van Roxane van Iperen dat ze Janny en haar familie en vrienden zo heeft weten te beschrijven, dat ze echte mensen worden,  zo echt dat het lijkt alsof je ze kent.

Als lezer wilde ik alleen maar verder lezen, omdat ik wil weten hoe het verder gaat. Hoewel er ook momenten waren dat ik het boek aan de kant moest leggen, omdat me een gevoel van machteloosheid bekroop. Waarom gebeurde dit eigenijk? Hoe kunnen mensen dit elkaar aandoen.

De mensen en het verhaal bleven nadat ik het boek uit had nog lange tijd door mijn hoofd spoken. Ik kon ook niet meteen weer in een ander boek beginnen.

Ik hoop dat heel veel mensen het boek lezen, omdat een vrouw als Janny er mede voor heeft gezorgd dat we nu in een vrij land leven, waarin we in alle vrijheid naar het ‘bidden’ van een torenvalk kunnen kijken.

Morgen doe ik het nog beter! Peta Twijnstra

Morgen doe ik het nog beter! Afwisselende werkvormen voor intervisie is een fris en kleurig boek over intervisie en hoe je dit kunt toepassen.

Bij intervisie bespreek je samen met collega’s of mensen uit hetzelfde vak een vraag of probleem op werkgebied. De andere deelnemers stellen vragen, geven feedback, luisteren en delen ervaringen. Vaak maak je dan gebruik van een bepaald ‘gespreksmodel’, zodat iedereen aan de beurt komt en het gesprek effectief blijft. Zo word je op ideeën gebracht en kom je uiteindelijk zelf tot een oplossing voor je probleem.

In Morgen doe ik het nog beter! heeft Peta Twijnstra modellen die al bestonden verzameld en nieuwe modellen toegevoegd. Al die modellen worden kort en bondig op aparte pagina’s beschreven en kan je dus direct gebruiken in je eigen intervisiebijeenkomst. De papieren figuurtjes bovenaan de pagina’s zorgen voor kleur en verwijzen naar de thema’s.

Wat het boek aantrekkelijk maakt, zijn de aanvullende oefeningen. Zo zijn er opwarmers (om samen tot concentratie te komen voor de intervisie), korte oefeningen om terug te kijken, inbreng te genereren en afsluiters.

Het leuke is dat deze oefeningen ook heel goed op andere momenten te gebruiken zijn.
Bijvoorbeeld bij een training, in een vergadering, in een les of tijdens een coachgesprek.
Zoals de opwarmer ‘een geluksmomentje’. Iedere deelnemer vertelt over een geluksmomentje van de afgelopen tijd in zijn of haar werk. Als je daar een vergadering mee begint, zorg je samen voor een positieve start.

Je haren door de war laten blazen

We lieten het werk even rusten en gingen er weer eens op uit.  Naar de duinen in Zuid-Holland deze keer.

We zagen de wolken voorbijgaan in de plassen.

We keken naar reeën in de tuin.

We wandelden tussen de buien door en verlangden stiekem naar het huisje aan het einde van het pad.

We fietsten met tegenwind naar zee. En ja, toen was hij er ook: de zon!

We gluurden naar runderen in de tuin.

We genoten van de natuur en zagen de industrie liggen aan de horizon.

We liepen een rondje rond de kerk.

En ondanks alle kou, wind en regen, zagen we: het komt eraan, de lente!

Anna Boom van Judith Koelemeijer

‘Wat modern!’, zegt een vriendin als ik haar vertel dat ik via Twitter samen met zes andere (boeken)bloggers gelijktijdig het boek Anna Boom van Judith Koelemeijer lees. We lezen het in onze eigen tempo, schrijven er een blogpost over en publiceren dat blog op dezelfde dag. Vandaag dus.

Zelf vind ik het niet zo modern. Ik vind het vooral leuk.

Terwijl ik lees, vraag ik me af of een ander nu ook zit te lezen en dat zorgt voor een gevoel van saamhorigheid. Via de #wijlezenannaboom wordt er zo nu en dan iets over gepost en dat is leuk om te volgen. Daarbij is er ook een virtuele stok achter de deur, want voor de afgesproken datum moet het boek wel uit zijn.

Voor mij is het de tweede keer dat ik Anna Boom las. Volgens de datum voorin mijn boek heb ik het boek op 12 februari 2008 gekocht. Het boek was toen net uit. Dat herinner ik me nog.

Ik had ernaar uitgekeken, omdat ik zo onder de indruk was van het eerdere boek van Judith Koelemeijer Het zwijgen van Maria Zachea. Ik keek dus al verlangend uit naar haar volgende boek. Het lezen ervan stelde me toen niet teleur.

Ik vond het makkelijk lezen en ik las het dan ook achter elkaar uit.

Anna Boom is geen fictief personage en ze had geen saai leven. Integendeel. Ze heeft meer meegemaakt dan menig ander en dat zorgde ervoor dat ik wilde blijven lezen. Als kind reist ze samen met haar moeder van pension naar hotel door Europa. Ook wonen ze een tijdje in Boedapest en als tweeëntwintigjarige reist ze onder moeders vleugels uit van Nederland naar Boedapest. Ze heeft daar een affaire met een getrouwde man en is daar ook als de oorlog uitbreekt. Tijdens de oorlog verbergt ze spullen en mensen en werkt ze als koerierster. Na de oorlog doet ze haar best om dit alles te vergeten. Ze verlooft zich met een Franse zaakgelastigde, woont in Parijs en Praag, en ontmoet haar eerste echtgenoot tijdens een skivakantie in Oostenrijk. Met hem reist ze naar India en woont jaren in Zürich. Maar ze leven langs elkaar heen en na een samenzijn van meer dan 14 jaar, trouwt ze als ze zesenveertig is met haar grote liefde Jan van Oldenborgh.

Al na het lezen van de eerste pagina’s kwam ik er nu achter, dat ik wel heel weinig had onthouden van het verhaal. Ik had er steeds aan teruggedacht als ‘een mooi boek’, maar de  inhoud was als nieuw voor me.

Ook vraag ik me al lezend af wat ik destijds eigenlijk had gedacht bij ‘een mooi boek’, want nu heb ik het gevoel dat er een afstand is tussen Anna en mij. In de oorlog toont ze lef en moed en dat bewonder ik enorm, maar hoe ze dat zelf ervaart, wordt mij niet duidelijk. Het verhaal laat zich vlot lezen, maar het voelt alsof ik haar niet echt leer kennen. En dat staat me in de weg bij het lezen.

Pas in het laatste deel heb ik het idee dat ze zichzelf wat meer laat zien en word ik echt geraakt door haar woorden.

“Wat is dat dan, liefde?’ kon Jan haar wel eens vragen, op die typisch plagende toon van hem. ‘Dat je er bent,’ zei ze dan. ‘Gewoon, dat je er helemaal bent.”

Nu ben ik natuurlijk heel benieuwd naar wat de andere bloggers van het boek vinden.

Hieronder kan je hun blogposts lezen.

Sandra
Antoinette
Jannie 
Lalagè
Ali
Sue

De wind door je haren laten blazen

We lieten het werk voor wat het was en gingen weer eens fietsen.

Door de bossen op de Veluwe deze keer.

We logeerden in een huisje aan de weg.

We fietsten langs naaldbomen.

En we aten natuurlijk taart.

We keken naar het water van het Veluwemeer.

We zagen zelfs visjes op het droge.

Vanaf de bank leerden we dat roze wolken echt bestaan.

We genoten van de zon, maar langzaam zagen we ‘m komen: de herfst.

Bijna slaan we de weg naar huis weer in: dag heerlijk bos en vrije weken! We komen graag nog eens terug.

Boswandeling in beeld

Een merel fluit hoog in een boom. De bladeren bewegen zachtjes in de wind.

Het is vochtig en fris. De frisheid van de vroege morgen.

In de verte bewegen vage mistflarden langs de stammen.

De zon gluurt langs een dennenboom. Ineens heb ik een schaduw.

Uit de kastanjeboom vallen kastanjes. Pok, pok, klinkt het als ze de grond raken.

De geur van dennen mengt zich met dood hout.

Het wordt herfst.

Ik ruik het.

Deze foto op donderdag blog, werd geïnspireerd door #PHOT ‘photo on Thursday’, een initiatief van Karin Ramaker.

4 leuke podcasts, die je stiekem veel vertellen over hoe mensen werken

In een korte broek en een topje – door mijn moeder zelfgemaakt van een oude boerenzakdoek (heel hip in die tijd!) – staarde ik geconcentreerd naar het piepkleine scherm van de witte televisie. Meestal in het gezelschap van mijn broer, die aan de andere kant van de opklaptafel lag.

Als ik mijn ogen dichtdoe, zie ik dit tafereel zo weer voor me.

Buiten scheen de zon een pit in de grond. Wij hadden zomervakantie en lagen met de gordijntjes van de caravan half dicht (want anders was er op het kleine scherm helemaal niks meer te zien) binnen te kijken naar de Tour de France. Tien of elf was ik en helemaal in de ban van het wielrennen.

Ook nu kijk ik fanatiek naar koerswedstrijden op tv. Het maakt me niet uit of er wordt gereden in Frankrijk, Italië of België. Iedere koers heeft zijn eigen charme, vind ik.

Het zal je dan ook niet verwonderen dat in mijn lijstje van leuke podcasts, waarin het gaat over werk en alles wat daarbij hoort, de Live slow ride fast podcast van wielrenner Laurens ten Dam en Stefan Bolt staat.

Voor als je het niet weet: Laurens ten Dam is wielrenner, 37 jaar en hij heeft het afgelopen jaar in grote rondes, zoals de Giro en de Tour de France, als meesterknecht Tom Dumoulin bijgestaan. Samen met Stefan Bolt, amateurwielrenner, maakt hij deze podcast.
Waarbij Stefan de vragen stelt en het overzicht houdt, en Laurens vertelt.

Laurens leeft voor het fietsen en hij vertelt daar bevlogen over. Dat maakt het luisteren naar deze podcast ook zo leuk: het enthousiasme van Laurens spat eraf. Het is interessant om te horen hoe hij het vele trainen – iedere dag vijf of zes uur op de fiets zitten is heel gewoon – aanpakt, wat hij doet om op gewicht te blijven, maar ook hoe hij voordat hij een etappe van bijvoorbeeld de Tour de France rijdt, ’s ochtends vroeg eerst yoga doet en van zijn koffie geniet (hij heeft zijn eigen koffiemerk), voordat hij zich in het gewoel van het peloton begeeft. Hij komt op mij over als iemand die op een ontspannen manier met zijn werk omgaat.

Houd je meer van taal dan van fietsen, dan is de podcast Let op mijn woorden van tekstschrijver Martijn Vet een aanrader. Martijn interviewt mensen die op welke manier dan ook ‘iets’ met teksten doen. Zo spreekt hij met een tekstschrijver over wat je scherp kan houden als je al langer in het vak zit. Een tip die zij geeft: ‘Zorg dat je bijblijft in het vak door twee keer per jaar een training te volgen én plan dit ook op tijd. Zo houd je een frisse blik en vind je weer nieuwe uitdagingen in je vak.’ Hoe ze de opgedane kennis van zo’n training ook echt in haar werk gebruikt, legt ze ook uit.

Martijn heeft een prettige stem en stelt de vragen die je als luisteraar wilt weten. De podcast komt één keer per maand uit en is ook aan te bevelen als je niet in het schrijversvak werkt.

In de podcast Met Groenteman in de kast spreekt Gijs Groenteman, schrijver en journalist, met mensen die hij bewondert of die hem zijn opgevallen.

Hij spreekt iedere week met iemand anders. Niet altijd over werk natuurlijk, maar vaak ook wel.

Het gesprek met schrijfster Marieke Lucas Rijneveld (27 jaar) – zij debuteerde dit jaar met de roman De avond is ongemak – vond ik heel boeiend. Ze praten over het leven na haar debuutroman. Marieke vertelt dat ze altijd dacht dat als het boek af was en zou worden gepubliceerd, dat ze dan echt iemand zou zijn. Dat ze dan pas bestaansrecht zou hebben. Het voelde dan ook als een tegenslag toen ze erachter kwam dat het zo niet werkt.

Hoe komt het toch dat we denken dat we pas iemand zijn als we succes hebben of het goed doen in ons werk? Dat intrigeert mij dan weer.

In de gesprekken die je kan beluisteren via de podcast The Inspiration Project vertellen jonge artiesten, kunstenaars en ondernemers hoe zij met vallen en opstaan hun dromen proberen waar te maken. Benten Wijnen, acteur en presentator, stelt de vragen.

Eén van de personen met wie hij praat is Ginny Ramkisoen, bedenker van het creatieve banenplatform Vacature via Ginny. Ze heeft het afgelopen jaar een boek geschreven over hoe je werk kan vinden. Het boek komt binnenkort uit. Ginny geeft een kijkje in haar eigen loopbaan en geeft tips: ‘Het beste is gewoon doen en dan kijken hoe het uitpakt. Als je dan op je bek gaat, weet je wat er niet werkt, en kan je er weer wat van leren.’

En daar sluit ik me graag bij aan: ga het gewoon doen, lekker luisteren naar deze podcasts!

O ja, en ik kan het niet laten, tot slot nog een bonustip, omdat ik zo ontzettend geniet van de humor en gezelligheid in deze podcast. Luister ook naar Ik Ken Iemand Die. Een podcast waarin Nynke de Jong en haar drie vrienden, Hanneke Hendrix, Alex van der Hulst en Anne Janssens praten over opvoeden, kinderen en het ouderschap. Voor ouders én iedereen die geen ouder is. Ik garandeer je: je gaat hardop lachen.

Heb jij trouwens nog een leuke/interessante/goeie (kies maar) podcast-tip voor mij? Laat het me weten, ik breid mijn lijstje graag uit.