Tagarchief: loopbaancoaching

Een herfst-lijstje met boeken die je verder helpen

De blaadjes vallen van de bomen, én waar blijven de lijstjes, vraag ik me af.

Het fijne aan de zomer vind ik, buiten het feit dat het dan (vaak) mooi weer is en je vakantie hebt, dat er zoveel lijstjes te vinden zijn over welke boeken je kan lezen.

In de herfst zijn die lijstjes er veel minder. Of let ik niet goed op?
Terwijl het juist in deze tijd zo fijn is om met een dekentje op de bank, een beker thee in je hand en de regen tegen de ramen een interessant boek te lezen.

Daarom lijkt het mij een goed moment om mijn herfst-lijstje met je te delen.
Een lijstje met boeken die je misschien een stapje verder kunnen helpen of je aan het denken zetten. Een lijstje met van alles wat eigenlijk.

Loswerken. Jan Wolter Bijleveld & Ingeborg Deana  ♥♥♥♥♡

Het fijne aan dit boek vind ik dat het je niet in zes stappen wil veranderen. Het boek wil je wel aanmoedigen en aan het denken zetten. Waardoor je uiteindelijk misschien toch iets wil veranderen, maar dat is aan jou. En dat maakt het tot prettig leesvoer.

Het is opgebouwd uit korte hoofdstukken, waarin iedere keer een vraag wordt gesteld, en telkens begint de vraag met ‘Moet ik…?’ Er worden wel veertig vragen gesteld, dus er is vast wel een onderwerp bij waar jij iets over wil weten. Bijvoorbeeld over je volle agenda, hoe je beter om kunt gaan met je mail, maar ook grotere vragen zoals moet je doen zoals iedereen doet, moet je direct naar de top of vind je het belangrijker om gewaardeerd te worden?

Het leukste vind ik dat de onderwerpen in een breder perspectief worden gezet en dat je op die manier ook meer te weten komt over het onderwerp dan je dacht. Over ‘druk zijn’ bijvoorbeeld. Ik wist niet dat Goethe hierover al in 1825 heeft geschreven. Het blijkt dus een vraagstuk van alle tijden te zijn.

Ik las dit boek via de bieb. Inmiddels is het boek herzien en heet het Losser werken.

Waar heb ik nou eigenlijk voor gestudeerd? Nina Janssens ♥♥♥♥♥

De titel van dit boek viel me direct op toen ik er in 2015 via Twitter iets over las.
Omdat het me aanspreekt dat een starter op de arbeidsmarkt zelf op zoek gaat naar de verhalen van andere starters, heb ik het boek meteen besteld bij de schrijfster, Nina.

Ik heb het toen ook direct gelezen en mocht er Nina zelfs een aantal vragen over stellen. Door persoonlijke omstandigheden is het er niet van gekomen om dit verder uit te werken in een blogpost, maar het is een inspirerend boek, dus nu breng ik het graag onder je aandacht.

In het boek komen 28 starters aan het woord. In leeftijd variëren ze van 23 t/m 33 jaar. Iedereen deelt zijn of haar verhaal in drie pagina’s en geeft aan het einde tips. Het zijn niet alleen maar ‘groot succes’ verhalen, wel delen de geïnterviewden wat ze hebben gedaan, waar ze nu staan en wat ze ervan hebben geleerd. Gewoon zoals het in ieders leven gaat.

En dat vind ik ook zo prettig aan dit boek: het is een realistische weergave van hoe je het zoeken naar werk kan aanpakken. Het klinkt toch anders als iemand van je eigen leeftijd die ook heeft geploeterd tegen je zegt: ‘Geef niet te snel op’, dan dat je vader dat zegt. Het staat boordevol goede tips en actieplannen voor als je zelf ook op zoek bent naar werk of een andere baan.

Wie weet kan ik er jou ook mee inspireren! Stuur me een berichtje dan verloot ik het boek onder degenen die reageren. Je mag een reactie sturen t/m vrijdag 27 oktober 2017.
Op zaterdag 28 oktober heeft de winnaar bericht ontvangen.

Dankboek. Ernst-Jan Pfauth ♥♥♥♥♡

Het Dankboek is een boek om zelf in te schrijven. Het heeft een prachtige donkergroene stoffen buitenkant en een rood-oranje lint.

Zoals Ernst-Jan, schrijver en mede-oprichter van De Correspondent, zelf zegt: ‘Het is een dagboek voor een tevredener leven.’ Op de eerste vijftig pagina’s legt hij uit waarom hij het boek maakte. Hij wilde zichzelf graag verder ontwikkelen in zijn werk. Zo leerde hij om steeds efficiënter en beter te werken, maar uiteindelijk leek dit een doel op zich en werd hij er heel moe van.

Hij realiseerde zich dat als we met z’n allen zo blijven doorrennen in onze prestatiemaatschappij, dat we er niet ‘beter’ van worden, maar wel uitgeput van raken. Het streven naar beloningen als succes en rijkdom maakt op de lange duur niet gelukkig. Het streven naar ‘dagelijkse voldoening’ wel.

Door op te schrijven waar je iedere dag dankbaar voor bent, en dus vaker te denken aan  wat er al is, voel je je tevredener. Ik vind het verhelderend zoals hij dit heeft opgeschreven. Op zich is het niet nieuw wat hij beschrijft, maar het blijft wel nodig om ons dit te realiseren. Zijn duidelijke tips geven het boek meerwaarde.

Ik vind het prettig dat hij eerlijk is: dat het geen trucje is dat je iedere dag even doet. Soms val je terug in oude gewoontes en ren je weer net zo hard mee als iedereen. Maar door het op te schrijven, sta je even stil en kom je bij datgene wat je écht belangrijk vindt. En dat is winst.

Heb jij onlangs een boek gelezen dat je verder helpt? Laat het me weten, ik hoor ook graag jouw tips.

Uit je comfortzone? Hoezo?

Ineens sta ik met het boekje ‘Uit je comfortzone. In 10 eenvoudige stappen in mijn handen.

Huh? Daar hou ik toch helemaal niet van! Veel te populistisch. Alsof je alles kan oplossen door uit je comfortzone te gaan. Te pas en te onpas wordt het gebruikt.

‘Vind je netwerken spannend? Stap uit je comfortzone en doe het gewoon.’

‘Al een tijdje ontevreden over je werk? Waarom blijven hangen in iets dat je niet inspireert? Verlaat je comfortzone en zeg je baan op.’

Alsof uit je comfortzone stappen een bezweringsformule is, waardoor alles goed komt.

Terwijl ik denk: leg terug, blader ik er toch even door heen, en raak geboeid door wat ik zie. Voordat ik het weet heb ik het boekje afgerekend en loop ik de boekhandel uit.

Op de fiets naar huis denk ik aan een moment dat ik zelf uit mijn comfortzone werd geduwd: door het gespetter tijdens de zwemles.

Ik vond het spannend om in het water te liggen en te leren zwemmen. Ik vond het ook leuk, want straks kon ik echt zwemmen. Ik was wel de meest voorzichtige van alle kinderen. Zwemmen vond ik leuk, maar al dat gespetter niet.

Dat was duidelijk te zien. Dus mocht ik aan het einde van de les van de juf het bloemetje zijn dat water kreeg. De andere kinderen gaven mij water door flink met water te gooien en te spetteren. Waarbij de badjuf vrolijk riep: “Toe maar, het bloemetje heeft ontzettende dorst, geef het maar water.”

Ik stond met gebogen hoofd en beide handen stevig voor mijn ogen. En hoopte dat het snel voorbij zou zijn. Toen het gespetter maar niet ophield en ik het gevoel had dat ik verdronk, huilde ik. Uiteindelijk gilde ik zo hard, dat mijn moeder die in een andere ruimte zat, mij kon horen.

Toen ze naast het bad stond, hield het eindelijk op. Ik werd uit het water gehaald, waarbij de badjuf tegen mijn moeder zei: “Ik dacht dat ze het leuk vond.”

Volgens mij is er een groot verschil tussen uit je comfortzone moeten of het zelf willen.

Bij mijn zwemles werkte het niet, omdat ik iets moest doen waarbij een ander dacht dat het goed voor me was. Het was me niet gevraagd. Iets doen waar je zelf niet achter kan staan, gaat niet het juiste effect opleveren. Dat geeft juist stress.

Ik kreeg alleen maar meer tegenzin om te zwemmen. Terwijl het spelletje eigenlijk niets met leren zwemmen te maken had.

Toen ik later met mijn vader op zondagochtend mee mocht naar het vrij zwemmen, en ik op mijn eigen manier en eigen tempo mocht rondspartelen, leerde ik sneller dat ik niet bang hoefde te zijn in het water, dan bij de zwemles.

Als je vanuit jezelf (= intrinsiek) gemotiveerd bent om iets te doen, dan levert dit meer resultaat op dan dat je dit doet omdat een ander vindt dat je iets moet.

Met iets aan de slag gaan, omdat het je interesseert brengt je verder, omdat je dan zelf bepaalt hoe groot of hoe klein de stappen zijn die je wilt nemen. Je kan je eigen tempo kiezen. Omdat het je interesse heeft, houd je het ook langer vol om je doel te bereiken.

Het boekje ‘Uit je comfortzone’ van Jessica Hagy kan je daarbij inspireren. In het Engels heet het trouwens ‘How to be interesting’ Een titel die ik zelf beter vind passen.

Foto Uit je comfortzone

Het is geen zelfhulp-boekje waarbij je na het lezen van de 10 stappen precies weet hoe je het wilt aanpakken. Het kan je wel op ideeën brengen.

De kracht zit ‘m in de combinatie van eenvoudige tekeningetjes met korte teksten. De schrijfster weet hierdoor ook iets ingewikkelds om te zetten in iets verbluffend simpels.
Dit was ook de reden dat ik het kocht.

Jessica geeft geen echt nieuwe inzichten, de meeste dingen zal je zeker al weten. Maar door de manier van presenteren en haar humor blijft de inhoud in je hoofd hangen en zet ze je aan het denken.

Het is een boekje om regelmatig in te kijken, bijvoorbeeld op een moment dat je iets spannends gaat doen. Of dit nu binnen of buiten je comfortzone is.

Lol maken in het ondernemen: is daar een recept voor?

Roze ballon

‘Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen’

Deze quote stond vorig jaar op de uitnodiging voor mijn verjaardagsfeestje. Gewoon, omdat ik toen weer eens echt zin had in een feestje.

Er was geen speciale reden, alleen maar de behoefte om met iedereen bij te praten, het gezellig te hebben en de gasten te verwennen met lekkere taartjes, hapjes en drank.

Denkend over ondernemen en lol maken, komt deze quote meteen in mijn hoofd op. Of je nou onderneemt of werkt voor een baas: zelf zorg je voor de lol in je werk.

Die lol zal er vast voor iedereen anders uitzien. Voor mij zit het vooral in het plezier dat ik heb terwijl ik werk. In gesprekken met cliënten, het schrijven van een blog, of het uitdenken van een workshop.

Offline, maar zeker ook online.

Het coachen van mensen, vind ik het lolligste om te doen.

“O ja”, hoor ik je denken: “hoe zit dat dan? Jij voert toch gesprekken.”

Ik begrijp dat dit heel saai klinkt, maar tijdens deze gesprekken wordt er heel wat lol gemaakt. Ik kan je verzekeren dat menig persoon aan de andere kant van de tafel blij lacht als duidelijk is welke richting hij of zij op wil in het werk.

Om nog maar te zwijgen van degenen die breed lachend komen vertellen of mailen dat het gelukt is om de baan te krijgen die ze op het oog hadden.

Typerend vind ik de uitspraak van een cliënte vorige week: “En we hebben gelachen.” Terwijl haar situatie niet zo makkelijk is.

En nee, we lachen niet alleen bij goed nieuws. Ook als het lastig is, kunnen we ineens lol hebben met elkaar. Door te praten over je vragen kan je ineens zien hoe moeilijk je het jezelf kan maken. Daar samen om lachen helpt al om het minder zwaar te laten zijn.

Ook als we niet lachen, kan ik heel blij worden van mijn werk. Als er iets heel moois wordt gedeeld in een gesprek. Of ik zie aan de ogen van de ander dat mijn vragen hem aan het denken zetten. Bij het lezen van een enthousiaste mail, waarin een cliënte mij bedankt voor het inzicht dat zij opdeed bij mijn workshop. Waardoor zij over een paar weken op het vliegtuig stapt naar Curaçao om daar haar droom waar te gaan maken.

De lol zit voor mij in deze momenten van voldoening.

Alleen? Nee, echt niet!

Regelmatig zeggen mensen tegen me: “Dat ondernemen in je eentje lijkt me geen lol aan, want dan zou ik mijn collega’s missen.”

Als ik vertel dat ik ook collega’s heb, kijken ze verbaasd. Natuurlijk heb ik die collega’s niet de hele dag om me heen. De uitvoering van mijn werk doe ik helemaal zelf.

Eigenlijk niet anders dan toen ik nog voor de klas stond of de begeleiding deed van inburgeraars. Ook toen stonden mijn collega’s niet naast me in het lokaal of in de spreekkamer.

Ik heb collega’s die hetzelfde vak uitoefenen, maar ook collega-ondernemers die een ander vak hebben. Ik ontmoet deze mensen via netwerken en door lid te zijn van de beroepsvereniging van loopbaancoaches en van de ondernemersgroep hier in Utrecht Zuid. En kan ik kiezen.

Dat ik mijn collega’s zelf kan kiezen en met ze kan afspreken wanneer ik wil, vind ik juist een groot voordeel van het ondernemen. Dat vergroot mijn lol.

Op een warme dag in augustus in de tuin van mijn vormgeefster het ontwerp van de kerstkaarten bespreken is werk combineren met heel veel plezier, waarbij we veel lachen én een mooie kaart samenstellen.

Ook online heb ik collega’s. Bijvoorbeeld via Twitter. Het zijn mijn collega’s, omdat we tips uitwisselen, lachen en even bijkletsen. Gewoon via internet.

Een tweet ontvangen, waarin iemand vraagt hoe mijn dag was, zorgt voor extra kleur.

Bij een ‘live’ borrel in Utrecht voelde het kennismaken dan ook niet onbekend maar gewoon goed. We lachten en praatten: we hadden het leuk met elkaar. 

Juist al deze kleine momenten maken het ondernemen voor mij zo lollig!

Als er een recept zou bestaan, dan zouden dit voor mij de ingrediënten zijn.

En wat doe jij om lol te maken in je werk? Wat is jouw recept?
Ik ben heel benieuwd, dus leuk als je het hieronder laat weten.

Dit blog is gemaakt als antwoord op de vraag van ‘Kom maar op’.

Hoe groen is jouw eigen gras?

Hoe groen is jouw gras?

Dikke tranen rolden over mijn wangen. “Ik wil ook! Dat wil ik ook!”, riep ik.
Met een rood hoofd van boosheid stampte ik met mijn beide voetjes op de stoep.

Bijna vier was ik, en ik maakte een scène voor de kleuterschool van mijn broer.

Mijn moeder werd er wanhopig van. Iedere dag dat zij mijn broer daar naartoe bracht, speelde zich hetzelfde af. De hele weg naar school zeurde ik over wanneer ik nou mocht. Ze wist mij steeds weer over te halen om mee naar huis te gaan en daar lekker te spelen.

Tot die ochtend, toen was mijn verontwaardiging groter dan mijn bescheidenheid, en schreeuwde ik dat ik ook zo graag naar school wilde.

De juf van mijn broer kwam met de perfecte oplossing: ik mocht ‘s middags een paar keer meedoen in zijn klas.

Getroost ging ik weer met mijn moeder naar huis. ’s Middags zou ik immers naar school gaan! Wat was ik blij!

Dat mijn broer ’s middags helemaal niet blij was met zijn zusje in zijn klas had ik niet eens door. Vol overgave zat ik te knippen en te plakken. Wat was ik trots: ik zat ook op school!

Doordat ik elke dag zag hoe mijn broer naar school ging, en daar met al dat leuke speelgoed speelde, met prachtige tekeningen en plakwerkjes thuiskwam, trok dat mijn aandacht. Ik wilde ook wat hij daar allemaal deed.

Ik vergeleek mezelf met hem, en ik vond dat het vooral in mijn nadeel uitviel. Hoe kwam het dat hij dat allemaal mocht, en ik niet? Dat snapte ik niet.

Ik zag natuurlijk alleen maar al die leuke dingen, en wist niks van stilzitten in de kring of het verplicht drinken van melk.

Mijn blik was gericht op de glamour: al dat fijne speelgoed en die lieve juf.

Mezelf vergelijken met een ander, dat is wat ik toen deed. Het is iets dat ik terug hoor bij mijn cliënten.

Daar is alles beter

“Al mijn studiegenoten hebben banen waar ze tevreden over zijn, alleen ik zit in een baan waarvan ik me afvraag of die wel echt bij mij past!”

“Mijn vrienden doen werk waarin ze van betekenis zijn voor anderen. Ik heb het gevoel dat ik de enige ben die nog niks heeft bereikt.”

“Als ik kijk naar andere ontwerpers, dan hebben zij al veel meer bekendheid dan ik. Terwijl ik toch ook al zes jaar bezig ben.”

“Mijn vriendin en haar vriend hebben net een baby gekregen. Hartstikke leuk! Maar stiekem vraag ik me wel af: krijg ik wel ooit een leuke relatie?”

Jezelf vergelijken met een ander. We doen het allemaal. Waar we dan vooral naar kijken is naar hoe mooi de ander het allemaal voor elkaar heeft, hoe creatief die ander is, hoe ver die ander al is gekomen, hoe gelukkig de ander is, hoe goed de ander iets kan, hoe het bedrijf van die ander al is gegroeid en hoe gemakkelijk het gaat bij die ander.

Nou ja, je snapt het. We kijken naar de buitenkant van de ander. Naar de glamour. Zoals ik als meisje keek naar al dat speelgoed in de klas bij mijn broer.

En we weten niets over alle tranen die de ander heeft gelaten voordat hij of zij zover was. Alle frustratie die de ander ervaart in dat betekenisvolle werk, of alle pijn en moeite die het de ander heeft gekost, voordat hij of zij is gekomen, waar die nu is.

Jezelf vergelijken met een ander? Is dat verkeerd dan?
Nee, helemaal niet. Als het maar geen vergelijken wordt met wat jij denkt te zien. De buitenkant. De glamour. Dan valt de vergelijking in jouw nadeel uit, en zal het voelen alsof je minder bent, of minder ver dan de ander. Dat heeft een negatief effect op je eigenwaarde. Dat zet je stil, en kan je een verdrietig en minderwaardig gevoel geven.

Dan vergeet je wat je zelf hebt. Of hebt gedaan. Dan zie je niet meer dat jij jij bent. Met andere kwaliteiten en wensen. Een ander leven. En misschien een ander doel.

Iedere keer als ik met cliënten kijk naar wat zij zelf hebben, ontdekken ze juist dat er al veel meer is dan dat ze dachten.

Dat hun gras ook fris groen is met hier en daar een kleurige bloem.

Toen ik een aantal jaren geleden tijdens mijn opleiding voor loopbaancoach met één van mijn proefcliënten hierover sprak, zei ik tegen hem dat het meer oplevert om ‘jezelf met jezelf te vergelijken.’ Daar was hij het mee eens.

Maar tijdens ons volgende gesprek kwam hij hier nog even op terug. “Ik heb nog over jouw opmerking nagedacht,” zei hij. “Je hebt gelijk, maar ik wil er graag nog iets aan toevoegen, want mezelf vergelijken met anderen, geeft me ook inspiratie of nieuwe ideeën. Dus volgens mij moet er nog iets bij: “Vergelijk jezelf met jezelf, en laat je door anderen inspireren.”

Zo staat het nu ook op één van mijn inspiratiekaarten.

Vergelijk jezelf met jezelf en laat..

Ongevraagd advies: waarom niemand daarop zit te wachten

stoom afblazen

Met een bonzend hart leg ik de telefoon neer.

Mijn collega, die achter me zit, draait zich meteen om en zegt: “Nou, dat was niet mis. Die man was goed boos.”

“Ja”, zeg ik, “en het vervelende is dat ik niet precies weet waarom hij zo boos is. Hij is niet tevreden over een maatregel van de gemeente, maar waarom hij die heeft gekregen, weet ik niet.”

Van de zenuwen grinnik ik een beetje en zeg: “Pfff, dit was de eerste keer dat ik werd uitgescholden. Ik schrik ervan.”

“O, maar dat zal nog wel vaker voorkomen. Sommige mensen reageren nu eenmaal zo. Wat je trouwens niet meer moet doen is zo’n man zoveel ruimte geven om je uit te schelden. Je kan beter…”

Terwijl ze begint uit te leggen hoe ik het had moeten doen, en wat bij haar altijd zo goed werkt, luister ik gedwee naar haar adviezen. Al luisterend dwalen mijn gedachten af naar het gesprek en vraag ik me af hoe het toch komt dat iemand zo boos is, en meer nog: hoe ga ik dit nu verder aanpakken?

Ondertussen hoor ik mijn collega zeggen: “Met al mijn ervaring kan ik je zeggen dat dit het beste werkt: kort en duidelijk zeggen wat je vindt, en meteen een gesprek afkappen als er wordt gescholden!”

“Bedankt”, mompel ik en ik sta snel op. In een flits pak ik mijn mok om onder het mom van even thee halen, de kamer uit te kunnen. Luisterend naar haar laatste woorden is er ineens een gevoel van onkunde over me heen gekomen.

Dit is mijn eerste werkweek in deze nieuwe functie en het is wel duidelijk dat ik dit helemaal niet kan. Mijn collega heeft het net gezegd. Zo moet je het niet aanpakken.

Terwijl ik thee inschenk, komt er een andere collega naast me staan. “Hè, hè, ik was wel even toe aan een bakkie”, zegt ze. Ze kijkt me lachend aan, maar als ze mijn gezicht ziet, vraagt ze: “Wat kijk je raar. Is er iets?” Ik kan alleen maar knikken. “Kom, dan lopen we even naar buiten. Vertel eens, is er iets gebeurd?”

Pas als ik ’s avonds thuis mijn verhaal vertel, realiseer ik me dat ik was geschrokken van het schelden, maar dat ik me vooral vervelend begon te voelen door de adviezen van mijn collega. Niet omdat ze verkeerde adviezen gaf, of omdat die niet zouden werken, maar omdat ze ze gaf, terwijl ik er niet om had gevraagd.

Ik was er niet mee bezig.

Mijn aandacht zat nog bij het gesprek. Er was nog geen ruimte om te bedenken wat mijn rol was geweest en of ik die goed had uitgevoerd. Laat staan dat ik al aan het bedenken was of ik het anders had moeten doen.

Deze week dacht ik hieraan terug, toen een cliënte een vergelijkbaar verhaal aan mij vertelde.

Na het gesprek verwonderde ik me er voor de zoveelste keer over: hoe komt het toch dat als er iets gebeurt, of je een verhaal vertelt, dat wij dan heel gauw geneigd zijn om een advies te geven. “Nee joh, dat moet je niet zo aanpakken. Je kan veel beter…”

Of: “Weet je wat jij moet doen…”

Het geven van een advies is eigenlijk een blijk van medeleven. We helpen je met een advies. Daar heb je iets aan. Het is ondersteunend.

Maar tegelijkertijd heeft het ook iets kleinerends: je vertelt iets, en uit je verhaal blijkt dat het niet goed ging. Dat kan je dus niet, of nog niet, dus daar zal je wel hulp bij nodig hebben. Mooi, hier ben ik, met mijn advies.

We vergeten dan helemaal dat die ander misschien alleen zijn verhaal kwijt wil, of zijn beleving wil delen. Gewoon een luisterend oor nodig heeft. En nee, geen advies.

We willen allemaal de ruimte krijgen om onze eigen fouten te maken of ervaringen op te doen. Laten we elkaar die ruimte dan ook geven.

Als de ander advies nodig heeft, dan kan hij of zij er echt wel zelf om vragen.
Laten we daar rustig op wachten.